Bijlage 1:

 

 

Dementie in getallen en een toelichting daarop

 

Over het aantal mensen met dementie in Nederland doen verschillende getallen de ronde. Omdat diverse instantie gegevens verzamelen maar zich niet allemaal richten op dezelfde thema’s zijn in de volgende paragrafen de gehanteerde cijfers gekoppeld aan het onderzoeksinstituut.

Het
RIVM gaat uit van een prevalentie van 254.000 mensen met dementie in Nederland in 2016 (69.000 mannen en 185.000 vrouwen). Van hen is 5 tot 10% jonger dan 65 jaar.
Alzheimer Nederland hanteert geen 254.000 mensen maar 270.000 mensen met dementie in 2018.
Het
NIVEL stelt dat in 2016 103.100 mensen met dementie bekend zijn bij de huisarts (37.300 mannen en 65.000 vrouwen)

Waarom de grote verschillen in aantallen tussen RIVM, Alzheimer Nederland en NIVEL?
Alzheimer Nederland en Vilans veronderstellen het volgende:

  • Dementie ontstaat geleidelijk en is niet altijd goed te onderscheiden van verschijnselen bij het normaal ouder worden;

  • Moeilijk om de diagnose te stellen door huisarts;

  • Mensen met dementie herkennen de symptomen niet altijd, en er wordt vaak gedacht dat er toch niets aan te doen is;

  • Zorgverleners stellen de diagnose niet wanneer ze daar niet zeker van zijn;

  • Zorgverleners achten het niet altijd nodig om formeel de diagnose te stellen.

Alzheimer Nederland stelt dat het aantal mensen met dementie (in 2018: 270.000) in de komende 25 jaar bijna zal verdubbelen. Ook het Sociaal Planbureau gaat uit van een verdubbeling van het aantal mensen met dementie in 2040.

Getallen in de provincie Groningen en de stad Groningen

 

2018

2020

2025

2030

2040

provincie

9.300

9.700

11.000

13.000

17.000

stad

2.100

2.100

2.400

2.800

4.000

 

Waar wonen de mensen met dementie

Nieuwe cijfers HHM rapport

In 2018: 294.000 mensen met dementie

88.500 mensen zijn opgenomen

205.500 mensen met dementie wonen thuis

103.000 mensen zijn bekend bij de huisarts, daarvan zijn 85.000 thuiswonend. Dit betekent dat 110.000 – 120.000 thuiswonende mensen met dementie zijn niet bekend bij de huisarts.

62.000 van de 205.000 thuiswonenden hebben een casemanager dementie. Dat is 73 % van de mensen die ook bekend zijn bij de huisarts en 30 % van de mensen met dementie die thuis wonen.

 

Bronnen:
NIVEL en RIVM: “Naar een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg” 2018, www.staatvenz.nl/een_samenhangend_beeld_van_dementie_en_dementiezorg
Alzheimer Nederland:
www.alzheimer-nederland.nl

HHMrapport, 2016: https://www.beteroud.nl/rapport.pdf

 


 

Bijlage 2:

 

 

Bezoekersaantallen 2018

 

 


 

Bijlage 2a:

 

 

 Bezoekersaantallen 2019

 

Het aantal mensen dat naar het Odensehuis Groningen komt en aan de activiteiten deelneemt, is in 2019 ten opzichte van 2018 weer toegenomen. In 2019 kwamen er, afhankelijk van de dag in de week, 10 tot 29 bezoekers per dag en 310 tot 410 per maand (zie onderstaande grafieken).
nB: In 2018 kwamen er, gemiddeld 11 tot 19 bezoekers per dag en 250 tot 374 per maand. 

 

Vanaf 1 januari 2019 is in de registratie een onderscheid gemaakt in de verschillende bezoekers: mensen met dementie (deelnemers), hun naasten, de vrijwilligers (inclusief stagiaires) en overige bezoekers. Bij het Odensehuis zijn gemiddeld 70 mensen met dementie bekend. Hiervan bezoeken enkelen het Odensehuis dagelijks en anderen komen af en toe eens langs. 

 

Uit de grafiek is op te maken dat er wekelijks tussen 33 en 59 mensen met dementie het Odensehuis bezoeken. Daarnaast zijn er per week 3 – 21 naasten die gebruik maken van de voorzieningen die het Odensehuis hen biedt.

 

 


 

Bijlage 3:

 

 

Profiel van de participanten 

 

Participanten van het Odensehuis hebben hun hele leven zelf de touwtjes in handen gehad. Ze zijn altijd gewend geweest zelf de regie te voeren. Het zijn door de bank genomen geen mensen die vanzelfsprekend met de stroom meegaan. Het zijn meestal mondige, onafhankelijke en ondernemende mensen geweest, en nog! Ook nu er sprake is van dementie staat behoud van autonomie voor hen op nummer 1. Ook nu willen ze zoveel mogelijk zelf kunnen bepalen hoe ze de dag doorbrengen.

 

 

 

 

Jongere ouderen met behoefte aan vrijheid (60%)*

Oudere traditionele ouderen (40%)**

Geslacht

 

Man

64%

22%

Vrouw

36%

78%

Gem. Leeftijd

76 jaar

84 jaar

Opleidingsniveau

 

Geen

1%

6%

Laagst (lagere school)

14%

41%

Laag (lbo, mavo, vmbo, mbo-1, havo-onderbouw

(eerste drie jaar)

46%

45%

Middelbaar: havo, vwo, mbo-2-4

16%

5%

Hoog: hbo, wo

23%

3%

Woonleefsituatie

 

Zelfstandig met anderen

99%

36%

Zelfstandig zonder anderen

1%

64%

Belangrijkste mantelzorger

 

Partner

98%

24%

(Schoon)zoon/ (schoon)dochter

2%

70%

Overige familieleden

-

6%

 

 

*) De groep ‘Jongere ouderen met behoefte aan vrijheid’ omvat relatief de jongste groep ouderen met

dementie en meer dan de helft van deze groep is man. In vergelijking tot het andere cluster zijn deze

ouderen hoger opgeleid. Ook wonen deze ouderen bijna allemaal samen met hun partner, wie tevens

de belangrijkste mantelzorger is. De ervaren kwaliteit van leven van de ouderen uit deze groep is

vergelijkbaar met de ‘traditionele alleenwonende ouderen’, met als verschil dat deze ouderen iets meer om handen lijken te hebben (Qualidem).

 

**) De ‘traditioneel alleenwonende ouderen’ omvat een oudere groep mensen met dementie en ongeveer driekwart van deze groep is vrouw. Het opleidingsniveau ligt lager in vergelijking met de vorige groep. Het merendeel van deze ouderen woont zonder anderen. De belangrijkste mantelzorger is vaak een familielid. Deze ouderen lijken iets beter te scoren op de sub-schalen ‘zorgrelatie’ en ‘positief affect’ van de Qualidem. Dit betekent dat deze ouderen minder vaak hulp van anderen lijken af te wijzen, minder ruzie maken met de mensen die hen verzorgen en tevredener ogen in vergelijking met de vorige groep. In de interviews met deze ouderen komt vooral naar voren dat het lijkt alsof deze ouderen hun geheugenproblemen meer geaccepteerd hebben: “ik heb er rust over… ik laat het meer op me af komen” en “ik heb er vrede mee”. Deze groep ouderen maakt dan ook meer gebruik van formele hulp in vergelijking met de vorige groep. Deze ouderen maken significant vaker gebruik van thuiszorg. Meestal bestond deze thuiszorg uit huishoudelijke hulp, maar ook verzorging wordt redelijk vaak gebruikt.

 

BRON: Doelgroepenonderzoek van mensen met dementie die een dagactiviteitencentrum bezoeken. Espria Academy 2017

Ettema T., Dröes R., de Lange J., Mellenbergh G., & Ribbe M. (2007)

QUALIDEM: development and evaluation of a dementia specific quality of life instrument--validation. Int J Geriatr Psychiatry, 424-30.)

 


 

Bijlage 4: 

 

 

Profiel partner/naaste/mantelzorger

  

Samenvatting van de zesde editie van het rapport Dementiemonitor Mantelzorg 2018, een tweejaarlijks onderzoek dat Alzheimer Nederland samen met het Nivel uitvoert. In totaal werden 4.459 mantelzorgers bevraagd over ondersteuning, belasting, zorg en de impact van mantelzorg op hun leven. In het kort de resultaten van het onderzoek:

Alzheimer Nederland gaat ervan uit dat het aantal mantelzorgers die betrokken zijn bij mensen met dementie ongeveer 1,25 maal het aantal mensen met dementie bedraagt (informatie, gebaseerd op de landelijke Dementiemonitor 2018, opgevraagd bij Alzheimer Nederland, dd 17 september 2019). Voor de stad Groningen betekent dit voor 2020: 2.875 mantelzorgers).

 

  • 72% van de mantelzorgers is vrouw en 28 % is man; de gemiddelde leeftijd is 64 jaar. 42% van de mantelzorgers is met pensioen, 35 % heeft een baan.

  • 51 % van de mantelzorgers woont samen met de naaste met dementie; van 26 % van de mantelzorgers woont de naaste met dementie in een verpleeghuis.

  • Meer dan de helft van de mantelzorgers van mensen met dementie ervaart problemen met hun lichamelijke of geestelijke gezondheid.

  • Eenzaamheid komt bijna twee keer zo vaak voor onder mantelzorgers van mensen met dementie als bij mensen uit de algemene Nederlandse bevolking.

  • 38% van de mantelzorgers heeft minder contacten met familie en vrienden sinds zij de zorg hebben voor de naaste met dementie 

  • 1 op de 8 mantelzorgers van mensen met dementie voelt zich zeer zwaar belast of overbelast. 52% voelt zich tamelijk belast tot overbelast.

  • Meer dan 50% heeft lichamelijke en/of geestelijke problemen met de gezondheid.

  • Het aantal contactmomenten met familie en vrienden neemt voor de meeste mantelzorgers af vanaf het moment dat bij hun naaste dementie wordt vastgesteld en zij de zorg krijgen voor hun naaste.

  • Mantelzorgers vinden de begeleiding van een casemanager, naast hulp bij verzorging en verpleging, de meest noodzakelijke vorm van ondersteuning.

  • De huisarts nam bij 38% van de mantelzorgers het initiatief voor casemanagement, de wijkverpleging in 7 % van de gevallen;

  • Wanneer de naaste naar het verpleeghuis verhuist, stopt de mantelzorg niet: meer dan de helft van de mantelzorgers zorgt nog steeds meer dan 5 uur per week voor hun naaste, 20% zelfs meer dan 10 uur per week; 43% voelt zich nog steeds belast wanneer de naaste in het verpleeghuis woont.

Voor meer informatie: https://www.alzheimer-nederland.nl/dementiemonitor  

 


  

Bijlage 5:

  

 

Uitgangspunten Odensehuis Groningen

 

De Uitgangspunten van het Odensehuis Groningen zijn gebaseerd op de kernwaarden opgesteld door de Landelijk platform Odensehuizen (dd 28 en 29 maart 2019):

  • De toegang van het Odensehuis is laagdrempelig, ook ouderen met een beperking (dementie) zijn welkom om zo actief te blijven, onder de mensen te zijn en/of een naaste te ontlasten.

  • Voor het Odensehuis is geen indicatie nodig en er is geen limiet aan hoe vaak, wanneer en hoe lang iemand wil komen.

  • In het Odensehuis gaat het om ‘beschut’ (onder begeleiding) werken door participanten en vrijwilligers. Het gaat om het maken van producten, leveren van diensten, een creatieve bezigheid, het oefenen van vaardigheden, persoonlijke ontwikkeling en daar waar het kan ontwikkeling richting regulier werk (door middel van participatiebanen).

  • In het Odensehuis worden activiteiten ontwikkeld door- en voor de doelgroep (participanten).

  • De talenten van de participanten worden optimaal benut.

  • Bezoek aan het Odensehuis ontlast mantelzorgers waardoor een partner met dementie langer thuis kan blijven wonen.

  • Het Odensehuis staat in het teken van sociale interactie en samenredzaamheid.

  • Het Odensehuis is geen zorgorganisatie, het legt geen privacygevoelige informatie vast en werkt niet met zorgplannen. Overleg met casemanagers en/of verwijzers vindt alleen plaats samen met de participant en/of naaste/mantelzorger.

  • Het Odensehuis werkt samen met WMO-consulenten en de WIJ-managers.

  • Het biedt mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt als vrijwilliger binnen een team een zinvolle dagbesteding.

  • Het biedt studenten van diverse opleidingen een mooie stageplaats.

 

Samengevat zijn de uitgangspunten van het Odensehuis:

  • Voor mensen met en zonder indicatie

  • Financiële bijdrage op basis van vrijwilligheid

  • Geen verplichtingen: komen wanneer je wilt en blijven zo lang je wilt

  • Samen met de partner / mantelzorger, maar dat hoeft niet

  • Gericht op ontplooiing en versterking eigen kracht van participanten, vrijwilligers en stagiairs

  • Samen op zoek naar wat plezier en welbevinden brengt

  • Activerend maar geen vaste programma’s

  • Geen verzorging, wel zorgzaam

 

Het Odensehuis biedt mensen met dementie en hun naasten:

  • Begeleiding: door 1 betaalde professional (coördinator) en 30 getrainde vrijwilligers

  • Ruime openingstijden: 5 dagen per week van ca. 10 tot 16 uur

 

Het Odensehuis Groningen gaat uit van mogelijkheden en wil zo weinig mogelijk uitgaan van beperkingen door wet- en regelgeving. Dat vraagt in een bepaalde mate “out-of-the-box” denken en betekent voor de organisatievorm het volgende:

  • Het Odensehuis Groningen maakt geen deel uit van een (intramurale)zorginstelling en is financieel onafhankelijk van (intramurale)zorginstellingen en de financieringsstructuur van de zorgsector.

  • Het Odensehuis Groningen heeft een onafhankelijke professionele coördinator (niet afhankelijk van financiering en regelgeving in de zorgsector).

Het Odensehuis Groningen heeft een onafhankelijk bestuur.

  


  

Bijlage 5a: 

 

 

Kernwaarden opgesteld door coördinatoren Odensehuizen op 28 en 29 maart 2019

 

 

 

Motto/Kernwaarden

 

Instrumenten

 

Kernwoorden

 

Waarden

 

Waar alles en iedereen van betekenis is.

Wij zien en spreken de hele mens aan. Ieder kan zijn eigen waarde (her)vinden en uitdrukken.

Zelfexpressie, creativiteit, kunst, humor, aandachtige ontmoeting, (fysieke) ruimte die het beste in mij oproept en dat een plek geeft, gesprek over waar het in het leven over gaat.

 

Zie de mens!
Aandachtige ontmoeting.

(De-medicaliseren; Sociale Benadering;

Sociale Model)

Holistische benadering, kijken en werken

 

Waar ruimte wordt gecreëerd voor ieders inbreng en ieders inbreng telt.

Ieder van ons’ inbreng, bijdrage, aanwezigheid maakt het Odensehuis.

Bij het Odensehuis kun je iets DOEN!

 

Creativiteit: opzoek naar wat iemand kan en in te brengen heeft. Diversiteit aan activiteiten.

Doen, beleven, ervaren.

actief,

vrijheid

beleving

Wij staan open voor mogelijkheden.

Wij hebben een open blik. Dit betekent dat we ervan uit gaan dat de ander veranderlijk en in essentie onkenbaar is.

Dit maakt dat constante afstemming nodig is. Steeds opnieuw vragen stellen. Geen oordeel hebben. Open gesprek. Experimenteren. Veiligheid.

 

Open houding, constant vragen stellen, experimenteren.

Openheid

Nieuwsgierig

bescheiden

 

 

Waar gastvrijheid en vriendschap worden gevierd.

Wij zijn er voor elkaar en helpen elkaar.

Samen dingen beleven. Diverse partijen vanuit samenbrengen, goede gesprekken bevorderen, opzoek gaan naar wederkerigheid in relaties.

 

Community, samen zijn en samen doen. Elkaar steunen.

nabuurschap

wederkerigheid

nabijheid

Een plek waar wij leren en dit delen.

Wij leren samen, delen samen en treden met (ongevraagd) advies naar buiten.

Wij maken verbinding met de buurt en organisatie die de missie mee dragen.

Advies en inloop. Presenteren over leven met. Persoon met dementie voert het woord. Interactie met samenleving.

Odensekaravaan, boodschappenroute. Verandermodel is dat van een spoor van inspirerend voorbeelden trekken en mensen uitnodigen om aan te haken.

In gesprek met de maatschappij. Emancipatie?

Inspireren

Voorleven

Odensekaravaan

 

UITWERKING van OPEN HOUDING/OPEN STAAN/OPENHEID:

 

1: Bij binnenkomst: Open staan. Letterlijk, open deur, flexibele tijden. Ook in benadering: vragen stellen met nieuwsgierigheid over en weer. Naam noemen. Het uitnodigen tot leren kennen. Zie de ander. In de groep: moment creëren voor die nieuwe mens. Voorstellen voor die persoon. Ook fysiek een plek voor maken. Jas een plek aan de kapstok geven. 

 

2: Ongoing business: uitgaan van veranderlijkheid van de ander. Je laten verrassen. Balanceren. Nieuwsgierige houding. Je gaat er vanuit dat wie de ander is van moment tot moment kan verschillen (veranderlijkheid), en dat je de ander nooit als kern kunt kennen (onkenbaarheid). Daarom blijven vragen en observeren. Niet vanuit vaste meningen werken.

 

Hoe kun je je blijven verwonderen? Als dat niet eenvoudig is? Aandacht kan alleen maar vanuit verbinding. (1)

Hoe zorg je dat je ruimte voor verwondering/niet weten/open vragen stellen hebt?

 

a) Soms afkoppelen. Fysieke afstand. Grenzen aangeven, woorden aangeven aan wat je belemmert om te luisteren. Je neemt de ander daardoor ook serieus. 

 

b) Of, als het je moeite kost om echt interesse voor een ander op te brengen? Die veranderlijkheid zelf laten ontstaan! Door bijv. spel te creëren. Creativiteit. Continue leren. 

 

3: Het uitzwaai moment: tijd nemen, aandacht creëren, aan persoon zelf vragen: hoe wil je het? In het netwerk: ruimte creëren voor openheid voor vragen stellen. En voor uitproberen wat er goed is, het niet op voorhand weten. Weg bij uniformiteit.

 

Hoe doe je dat?

 

a) Gesprek met het hele netwerk: nagaan of men openstaat voor vragen van een ieder? Soms kan daardoor de situatie ontstaan waarin je samen kunt verkennen wat goed is, waarin ruimte is om mee te denken en waarin twijfels geuit kunnen worden. 

 

b) Een moment van aandacht creëren voor wat er gebeurt, met respect voor netwerk, persoon met dementie en familie.  

  

(1) Aandacht bron van verbinding - Marianne van Hoorn.

  


 

Bijlage 6: 

 

  

Odensehuizen in Nederland

   

Stand op 26 augustus 2019:

 

 

Naam Odensehuis

Contactpersoon

plaats

1

Odensehuis Amstelveen

Nathalia Leviti

Amstelveen

2

Odensehuis Amsterdam West

Cigdem Comlekci

Amsterdam

3

Odensehuis Amsterdam Zuid

S, Aarnink, K. Klappe

Amsterdam

4

Odensehuis Amsterdam Zuid Oost

K. Klappe

Amsterdam

5

Odensehuis Animi Vivere

Loesan Peters

Wijchen

6

Odensehuis Assen

Wnd coordinator

Assen

7

Odensehuis Burgum

Niels Nijdam

Burgum

8

Odensehuis Culemborg

Renee Lankwarden

Culemborg

9

Odensehuis de Bovenkamer

Marjan van Dorp

Vlaardingen

10

Odensehuis Flevoland

Geertje Stam

Swifterbant

11

Odensehuis Gelderse Vallei

Louisa Bosker

Wageningen

12

Odensehuis Gerard Smit

Martine Adema

Leeuwarden

13

Odensehuis Groningen

Marjolein Hoolsema

Groningen

14

Odensehuis Haarlem

Marjan Halma

Haarlem

15

Odensehuis Heemskerk

Felice Shatlein

Heemskerk

16

Odensehuis Het Schouw

Jonne Meij

Amsterdam

17

Odensehuis Hoekse Waard

Ria Los

Oud-Beijerland

18

Odensehuis Leo

Jacqueline Koster

Leiden

19

Odensehuis Roosendaal

Ida Verbiest

Roosendaal

20

Odensehuis Thuis aan de Maas

Mia Bronder

Rotterdam

21

Odensehuis Schouwen Duiveland

Pauline Klerkx

Zierikzee

22

Odensehuis Velzen

Britt Wassink

IJmuiden

23

Odensehuis Walcheren

Mieke Potappel

Vlissingen

24

Odensehuis Zeewolde

Frouke Kronenburg

Zeewolde

25

Odensehuis Zutphen

Ceciel Funnekotter

Zutphen

 

 

 

 

 

Platform Odensehuizen

Margo Langedijk

Amsterdam

 

Odensehuizen aspirant LPO

 

Naam Odensehuis

Contactpersoon

 

1

Odensehuis Dick Baron

Niels Adema

Drachten

2

Odensehuis Doorwerth

Martin de Jong

Doorwerth

3

Odensehuis Voorschoten

Hester van Kruijssen

Voorschoten

4

Odensehuis Pekela

T. Dickhoff/ R. Roelants

Pekela

5

Odensehuis Rijsenhout

Ellen Millenaar

Rijsenhout

6

Odensehuis Aalsmeer

Ellen Millenaar/Saskia Zwaan

Aalsmeer

 

Initiatiefgroepen

 

Naam initiatief

 

 

1

Initiatief Papendrecht

 

Papendrecht

2

Initiatief Meppel

 

Meppel

3

Initiatief Steenwijk

 

Steenwijk

4

Initiatief Bloemendaal

 

Bloemendaal

5

Initiatief Harderwijk

 

Harderwijk

6

Initiatief Breda

 

Breda

7

Initiatief Dantumadeel

 

Dantumadeel

8

Initiatief Delft

 

Delft

9

Initiatief Almere

 

Almere

 

Zie ook de website van Landelijk Platform Odensehuizen

   


 

Bijlage 7:

  

  

Profiel van de vrijwilliger 

 

Van de vrijwilligers in het Odensehuis wordt er verwacht dat ze op intense manier omgaan met mensen met beginnende dementie. Dat vraagt een hoge mate van empathie, zelfreflectie en een aantal competenties.

 

Empathie druk je uit door:

  • Betrokkenheid: het zich interesseren voor de ander. De ander doet er toe. Betrokkenheid betekent het welzijn van de ander belangrijk vinden.

  • Onbaatzuchtigheid: warmte en gevoel tonen, niet omdat het hoort of moet maar omdat je om mensen geeft. Je vindt het leuk om te ondersteunen en samen te werken.

  • Presentie: zowel fysiek als psychisch aanwezig zijn. Je komt diegene tegemoet in diens behoefte aan aandacht , medemenselijkheid. Presentie is een verzamelbegrip voor termen als delen, luisteren, aandacht schenken, inspelen, aanraken, hoop geven, gerust stellen, troosten, uitleg/advies geven, ondersteunen.

 

Zelfreflectie bestaat uit en blijkt uit:

De bereidheid om je eigen functioneren goed tot je door te laten dringen. Dat is belangrijk in de relatie met andere mensen en vooral in een relatie met mensen die door hun ziekte in een afhankelijkheidspositie zitten. De 'ander' in het Odensehuis bevindt zich in zo’n positie, die al snel kan leiden tot een interactie waarin ‘bemoederen’ en ‘zorgen voor’ gaan overheersen.

Je bewust zijn van jouw eigen gedrag helpt om authentiek en creatief relaties op te bouwen en te onderhouden. Dat biedt de mogelijkheid om op een gelijkwaardige niveau een verhouding tot stand te brengen tussen vrijwilliger en participant. Het doel hiervan is om mensen met dementie als volwaardig persoon te benaderen. Sleutelwoorden zijn respect, erkenning en vertrouwen. Deze benadering gaat er vanuit dat wanneer iemand met dementie als volwaardig persoon benaderd wordt, dit positieve invloed heeft op het welbevinden.

 

Competenties: voor de vrijwilligers in het Odensehuis zijn er vier kerncompetenties nodig:

  • Participantgerichtheid: je gaat actief op zoek naar de wensen en behoeften van de participant en speelt hier op in.

  • Persoonlijk leiderschap: je eigen kwaliteiten tot bloei brengen en op een goede manier omgaan met situaties die op je pad komen.

  • Flexibiliteit: je past je eigen stijl aan wanneer de omstandigheden veranderen.

  • Samenwerken: je levert een actieve bijdrage aan een gezamenlijk resultaat of de oplossing van een probleem.

 

Om gedrag, kennis en vaardigheden van de vrijwilligers bespreekbaar te maken wordt er gebruik gemaakt van een vragenlijst over empathie en een competentiewoordenboek. Hierbij wordt gekeken naar wat een competentie is, waarvoor die te gebruiken is en hoe die te vertalen is naar de praktijk.

Eenieder die als vrijwilliger in het Odense Huis aan de slag gaat, zal empathie, zelfreflectie en competenties laten zien, ieder op zijn/haar eigen niveau.

Het zal duidelijk zijn dat deze zaken vooral en met name gelden voor de vrijwilligers die in direct contact met de participanten staan.

 

Tot slot:

We hebben twee soorten professionals die zich bezig houden met specifieke activiteiten:

  1. Vrijwillige activiteitenbegeleiders, die mogelijk niet beschikken over een vakdiploma maar wel over (vak}gerichte ervaring.

  2. Professionals met een vergoeding en geldig gericht diploma. 

Voor beide categorieën geldt dat de competentieprofielen uit meerdere competenties bestaan.

    


 

Bijlage 7a:

  

 

Profiel en Voorwaarden voor participatiebaan

 

Aan deelnemers aan een participatiebaan wordt hetzelfde verwacht dan hetgeen verwacht wordt van de vrijwilligers in het Odensehuis. Van hen wordt ook verwacht dat ze op een intense manier omgaan met mensen met beginnende dementie. Dat vraagt een hoge mate van empathie, zelfreflectie en een aantal competenties. > zie bijlage 7:  Profiel Vrijwilligers van het Odensehuis

 

 

Voorwaarden gesteld door de gemeente Groningen aan een participatiebaan

 

De gemeente Groningen heeft voor de uitvoering van een Participatiebaan de volgende voorwaarden gesteld:

 

Dienstverlening

  1. Opdrachtnemer geeft persoonlijke ondersteuning aan een deelnemer die voldoet aan de volgende criteria:

  • wonend in de gemeente Groningen of Ten Boer;

  • 27 jaar of ouder;

  • met een (volledige) bijstandsuitkering;

  • geen lopend re-integratietraject of (parttime) betaald werk;

  • voorlopig aangewezen op maatschappelijke participatie;

  • geen begeleiding richting de arbeidsmarkt vanuit de Wmo.

  1. Opdrachtnemer stelt een Participatiebaan ter beschikking aan de deelnemer met als doel de deelnemer te activeren en te stimuleren maatschappelijk actief te worden en te blijven om zo een vervolgstap te kunnen zetten richting de arbeidsmarkt of, indien die niet haalbaar blijkt, door te gaan via vrijwilligerswerk.

  2. Bij het inzetten van de Participatiebaan is er geen sprake van oneerlijke concurrentie of verdringing van een arbeidsplaats. Het betreft additionele werkzaamheden of werkzaamheden waar veel begeleiding voor nodig is.

  3. De deelnemer is minimaal 16 en maximaal 32 uur per week actief.

  4. De duur van een Participatiebaan is maximaal 24 maanden. Een deelnemer kan het traject afmaken voor de duur van de beschikking.

  5. De deelnemer kan verlof opnemen. Iedere deelnemer heeft vanuit de Participatiewet recht op vier (4) weken vakantie per jaar. Het opnemen van verlof door de deelnemer gaat in overleg met de opdrachtnemer.

  6. Opdrachtnemer hanteert de regels voor het opnemen van verlof, zoals die gelden binnen de eigen organisatie.

  7. Bij ziekte, langer dan vier (4) weken, wordt de Participatiebaan beëindigd. Na herstel kan de deelnemer weer starten (de resterende tijd blijft staan).

 

Financiële bepalingen

  1. Opdrachtnemer ontvangt per maand € 91,47 of per kwartaal € 274,41 per geplaatste deelnemer. Het maximumbedrag voor 24 maanden is € 2.195,30. De bedragen zijn excl. btw. Is opdrachtnemer btw-plichtig, dan wordt de btw-afdracht gecompenseerd. Daarvoor dient opdrachtnemer een bewijs van btw-plicht te overleggen.

  2. De prijs heeft betrekking op alle door Opdrachtnemer in het kader van deze overeenkomst te verrichten werkzaamheden en is inclusief alle eventueel bijkomende kosten.

  3. De overeengekomen prijs is vast en onveranderlijk gedurende de duur van de Overeenkomst.

  4. Opdrachtnemer factureert maandelijks of één (1) keer per kwartaal digitaal naar de Opdrachtgever via Administratie.Directiewerk@groningen.nl

  5. Opdrachtnemer ontvangt van de Opdrachtgever een factuurformat.

 

Verzekering

Opdrachtnemer heeft zich adequaat verzekerd en zal zich adequaat verzekerd houden tegen het risico van aansprakelijkheid. Hiervoor sluit de opdrachtgever een algemene bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (inclusief werkgeversaansprakelijk) af, met verzekerd bedrag van minimaal € 2.500.000,- per gebeurtenis.

 

Tussentijdse evaluatie(s)

Tussen de tweede en vierde maand, rond de elfde maand en aan het einde van het tweede jaar voeren de deelnemer, opdrachtnemer en opdrachtgever een evaluatiegesprek. Het laatste gesprek is gericht op het komen tot een passend vervolg.

 

 

Ontbinding

Als opdrachtnemer niet voldoet aan de gestelde voorwaarden wordt de uitvoering van de Participatiebaan gestopt.

 

 

Wie doet wat?

 

Adviseur Participatiebanen

De Adviseur Participatiebanen is de relatiemanager voor alle organisaties die met P-banen werken, of belangstelling hebben daarmee te starten. De Adviseur helpt nieuwe organisaties op weg en toetst of iemand kan deelnemen aan een Participatiebaan. De Adviseur Participatiebanen denkt mee over de werving van nieuwe kandidaten en over het inpassen van een Participatiebaan in een organisatie.

Bianca Rekker, participatiebanen@groningen.nl | 06 115 163 82

 

 

Coach Meedoen

De Coach Meedoen is de contactpersoon vanuit de gemeente voor de deelnemer en voor de organisatie, wanneer overleg over de deelnemers gewenst is. De Coaches zijn gekoppeld aan een bepaald woongebied en werken veelal vanuit de betreffende WIJ-locaties.

meedoen@groningen.nl of indien bekend het eigen e-mailadres van de Coach Meedoen

 

 

Administratie Directie Werk

De administratie verzorgt onder meer de betaling van de begeleidingsvergoeding aan de organisaties en verricht diverse administratieve handelingen voor de Participatiebanen, waaronder het registreren van start- en einddatum en het verzenden van de beschikking Participatiebaan naar de deelnemer.

Administratie.directiewerk@groningen.nl

 

 

Link 050

Als alle Stadjers de mogelijkheden hebben om mee te doen en zich actief in te zetten voor de samenleving, dan is de missie van Link 050 geslaagd. Via samenwerking deelt Link 050 kennis en ervaring, versterkt bestaande verbanden en ondersteunt nieuwe initiatieven. Link 050 is een locatie en een werkwijze voor en door Stadjers.

participatiebaan@link050.nl | 050 305 19 00 | www.link050.nl

 


 

Bijlage 7b:

 

 

Stagiaire

 

Het Odensehuis is een Leerhuis en biedt voor de volgende opleidingen een stageplek:

  • Alfacollege

  • Noorderpoortcollege

  • Hanzehogeschool

  • Menso Altingcollege

  • Academie Minerva

  • Conservatorium

De coördinator onderhoudt de contacten met de opleidingen, heeft een gesprek met de stagiaires ter voorbereiding op de stage en draagt zorg voor de voortgangs- en evaluatiegesprekken met de opleiding.

Tijdens de stageperiode begeleidt en ondersteunt de coördinator de stagiaires bij het verwezenlijken van hun stagedoelen. De stagiaires en vrijwilligers werken veel samen. Samen zorgen ze voor een fijne en veilige omgeving voor de mensen met dementie en hun naasten. Voor zover mogelijk worden aan de stagiaires dezelfde voorwaarden gesteld als aan de vrijwilligers. > zie bijlage 7:  Profiel Vrijwilligers

Zij dienen de visie, kernwaarden en uitgangspunten van het Odensehuis te onderschrijven, waarbij rekening wordt gehouden met hun leersituatie.

Stagiaires leren op een heel natuurlijke manier om te gaan met de mensen met dementie, met hun mogelijkheden en beperkingen.

Alle stagiaires dienen een Verklaring Omtrent Gedrag te overleggen alvorens met hun stage te beginnen.

Ook de stagiaires krijgen de mogelijkheid om samen met de mensen met dementie en hun naasten activiteiten te ontwikkelen en uit te voeren. Elke stagiaire kan hierbij naast de kennis en ervaring opgedaan in de opleiding ook andere talenten en vaardigheden inbrengen.

Veel stagiaires ervaren de stagetijd bij het Odensehuis als heel zinvol. Enkelen zie je na de stagetijd terug als vrijwilliger.

 

Minerva (kunstacademie)

Studenten van Minerva voeren een jaarlijks terugkerend project uit bij het Odensehuis.

4 studenten schilderen met de participanten of maken collages. De participanten ervaren tijdens deze sessies dat hun werkstukken zich in een richting ontwikkelen die ze zelf niet hadden verwacht. De studenten zorgen door hun uitgebreide kennis van de kleuren, vormen en materialen, voor verrassende resultaten.

Voor de studenten geldt dat ze al schilderend met de mensen met dementie hun kwaliteiten en beperkingen leren kennen. Ze krijgen meer begrip voor de ouder wordende mens en leren omgaan met het verdriet en de intensiteit van de aandoening. 

 


 

Bijlage 8:

 

 

Profiel en taken van de coördinator 

 

Taken en rol van de coördinator

  1. Participanten, deelnemers en hun naasten

- contactpersoon voor de participanten en naasten;

- contactpersoon voor casemanager/thuiszorg/huisarts/enz;

- zorgdragen voor startgesprek met participant en naasten;

- bespreken van grenzen aan de mogelijkheden van het Odensehuis;

- informeren over eigen bijdrage;

- interactie met andere deelnemers en naleven huisregels;

- observeren van en signaleren bij participanten en naasten;

- zorgdragen voor een veilige omgeving voor participanten en naasten (o.a mbt interactie met andere aanwezigen);

- bewaken naleven van de huisregels;

- organiseren en leiden van participantenvergadering;

- op verzoek deelname aan multidisciplinair overleg (iom participant en naaste). 

  1. Vrijwilligers en professionele vrijwilligers

- opstellen en bewaken vrijwilligersbeleid;

- werven van vrijwilligers i.s.m. Humanitas;

- aannemen vrijwilligers;

- inplannen vrijwilligers zodanig dat een veilige omgeving voor participanten gewaarborgd is;

- organiseren en leiden van vrijwilligersvergadering;

- organisatie scholing, cursussen en thema avonden voor de vrijwilligers.

 

  1. Stagiaires

- contactpersoon voor de opleidingen;

- aannemen van de stagiaires;

- begeleiden van de stagiaires en voortgangsbesprekingen;

- leererkenning onderhouden

momenteel stagiaires van: Alfa college / Menso Alting college / Hanze Hogeschool / Conservatorium / Minerva

 

  1. Uitvoering geven aan projecten en onderzoek

- Dementie vriendelijke wijk

- Conservatorium

- Minerva,

- RUG

- Groninger museum

- onderzoek TGO

  1. Activiteiten

- organiseren van het activiteiten programma;

- opstellen activiteiten agenda en verzenden;

- organiseren van informatie middagen betreffende dementie/geheugenverlies.

 

  1. Ondersteuningsgroepen

- organiseren ondersteuningsgroepen (cursus voor mantelzorgers) i.s.m. UMCG/team 290 - 12 bijeenkomsten in het jaar.

 

  1. Financiën

Budgetbeheer op basis van de vastgestelde begroting.

Kostenposten: personeel (uitgezonderd loonkosten en verzekeringen), huisvesting, vrijwilligers, activiteiten, overige algemene kosten.

Baten: het innen van eigen bijdragen deelnemers, donaties, giften, bijdragen, sponsorgelden.

De coördinator doet dagelijkse bestellingen en uitgaven, betaalt nota’s, codeert nota’s voor de financiële administratie.

Per maand levert de coördinator bij de penningmeester de gecodeerde nota’s aan en een verantwoording van de uitgaven a.d.h.v. een Rekening Courant overzicht van de bank. 

De penningmeester checkt dit op rechtmatigheid en houdt toezicht op het budgetbeheer.De gecodeerde nota’s gaan in een pakketje maandelijks naar het administratiekantoor voor verwerking in het grootboek.

- volmacht uitvoeren transacties op Rekening Courant xxx 5333 21

- limiet: € 1.500 per transactie

- internetbankieren

- Bankpas voor gebruik geld- (max € 500/week) en betaalautomaat ( max. € 1.000/week)

 

  1. Netwerken

contacten onderhouden met:

- verwijzers

- instanties

- sponsoren

- andere Odensehuizen

 

onderhouden van:

- website

- facebook

 

  1. PR

- zorgdragen dat Odensehuis en haar mogelijkheden bekend is bij doelgroep(en)
- contacten met sponsors
- ontwikkelen PR materiaal (evt in overleg met een PR medewerker)

 

 

Profiel van een coördinator

In het coördinatorenoverleg in Wageningen werden de volgende punten/kenmerken genoemd:

  • visionair

  • strategisch

  • HBO-denkniveau

  • leidinggevende capaciteiten

  • kunnen netwerken

  • ervaring in het omgaan met de doelgroep

  • kennis hebben van verouderingsprocessen

  • verbinding met samenleving/buurt kunnen maken

  • om kunnen gaan met onzekerheid, onbekendbaarheid

  • ondersteuning of een veilige plek kunnen bieden met minimale hoeveelheid basisinformatie

  • flexibel, stevig, lichtheid, luchtigheid

  • creatief

  • humor

  • nieuwsgierig naar anderen en jezelf

  • fouten durven maken, binnen de grenzen van het toelaatbare

  • spil in het ‘’voorleven’ van de kernwaarden van het Odensehuis

  • eigen talenten kunnen inzetten

  • je kunnen verhouden tot de “systeemwereld” zonder frustraties 


 

Bijlage 9:

 

 

Bestuur(der) van Odensehuis

 

In onderstaande artikelen uit de akte van oprichting van Stichting Odensehuis Groningen van 16-01-2012) worden zaken genoemd die de samenstelling en de vergaderfrequentie betreffen.

 

Artikel 4

  1. Het Odensehuis wordt bestuurd door een bestuur bestaande uit een door het bestuur te bepalen aantal van tenminste vijf en maximaal zeven meerderjarige personen.

  2. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een vicevoorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functie van secretaris, vicevoorzitter en penningmeester kunnen in één persoon worden verenigd.

Artikel 5

 

Het lidmaatschap van het bestuur eindigt aan het eind van de periode waarvoor de bestuurder werd benoemd, overeenkomstig het door het bestuur opgemaakte rooster van aftreden, door uittreding, door overlijden, door verklaring in staat van faillissement, door aanvrage van surséance van betaling of wettelijke schuldsanering, door onder curatelestelling, door ontslag krachtens bestuursbesluit alsmede door ontslag rechtbank.

 

Artikel 6

  1.  a. Wanneer in het bestuur een vacature is ontstaan zal daarin door de overblijvende bestuursleden ten spoedigst worden voorzien door benoeming van een nieuw bestuurslid, die als zodanig dezelfde functie zal bekleden als degene wiens plaats hij werd benoemd.

b. Een bestuurslid wordt benoemd voor een periode van maximaal drie jaar. Hij is terstond herbenoembaar.
c. Eén bestuurslid wordt benoemd op voordracht van de adviesraad. Het bestuur zal de voorgedragen kandidaat alleen mogen weigeren, indien de weigering jegens de adviesraad wordt gemotiveerd.

  1. De leden van het bestuur worden door het bestuur benoemd. Voor de eerste maal wordt het bestuur bij deze akte benoemd. Benoeming van het bestuur geschiedt met een volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

  2. Indien er een geschil bestaat omtrent de benoeming van een bestuurder dan is de bestuurder niet benoemd en dient er een nieuwe vergadering bijeengeroepen te worden.

Artikel 9

 

Bestuursvergaderingen

  1. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of degene die hem als zodanig vervangt, ofwel ten minste twee bestuursleden dit gewenst acht(en), echter ten minste vier maal per jaar.

Artikel 11

 

Adviesraad

  1. De stichting kent een adviesraad.

  2. De adviesraad adviseert het bestuur gevraagd en ongevraagd; zij vergadert tenminste tweemaal per jaar, zij is bevoegd één lid van het bestuur voor te dragen.

 

Bestuur en adviesraad 2019

Het bestuur van Odensehuis Groningen bestond in december 2018 uit de volgende personen.

  • Henk Yspeert, voorzitter

  • Ida Voorthuis, secretaris

  • Jan Schlaman, penningmeester

  • Karin Volten

  • Rineke Klijnsma

  • Flip Roordink

  • Marjolein Hoolsema, neemt als coördinator aan de vergaderingen deel
  • Luut Edel, neemt als participant aan de vergaderingen deel

 

Adviesraad:

  • Els van der Veen

  • Roelf Schoenmaker

  • Wina Johannes

 

Samenstelling en profiel bestuur (in het algemeen)

Uit de Governance Code Cultuur (beta cultuur-ondernemen.nl: GCC_tool_2014_05_samenstelling.pdf)

Belangrijk voor de samenstelling van het bestuur is dat deze als geheel toegerust is om a) de kerntaak van de organisatie mede vorm te geven en b) operationeel te bewaken.

De samenstelling past bij de missie en doelstellingen van de organisatie. Het bestuur is divers samengesteld, zowel qua achtergrond als qua kennis en ervaring.

Voorbeeld profiel voor een bestuur of raad van toezicht

Diversiteit samenstelling van het bestuur als geheel:

  • Goede spreiding man/vrouw.

  • Goede spreiding over leeftijd.

  • Goede spreiding overige achtergronden, waaronder etnisch.

  • Goede spreiding van deskundigheid en ervaring.

  • Ook leden afkomstig uit de vestigingsplaats.

Alle leden afzonderlijk:

  • Affiniteit met het inhoudelijke doel van de instelling.

  • Voldoende tijd om daadwerkelijk inzet te leveren.

  • Een specifieke deskundigheid die bijdraagt aan het geheel.

  • Sparringpartner kunnen zijn voor bestuur/directie.


Leden afzonderlijk (of gecombineerd bij een lid):

  • Tenminste één lid met deskundigheid op welzijn/zorg inhoudelijk terrein.

  • Tenminste één lid met ervaring op het gebied van ondernemerschap en daarbij horende risico’s.

  • Tenminste één lid met ervaring als fondsenwerver/sponsoring.

  • Tenminste twee leden met ervaring als werkgever/manager.

  • Tenminste één lid met een juridische achtergrond en/of gevoel voor formele aspecten aan de processen binnen de organisatie.


De voorzitter:

  • Bestuurlijke ervaring.

  • Representatieve/contactuele vaardigheden.

  • Overwicht binnen en buiten de organisatie.


De penningmeester:

  • Ervaring met bedrijfsvoering, financieel beheer en rapportage.

  • Ervaring met risicobeheer

  • Ervaring met of tenminste gevoel voor control-cyclus

  • (en daarmee)gesprekspartner voor de externe accountant.

Checklist werving nieuwe bestuursleden

  • Overleg met bestuur en/of directie over het profiel van het aan te zoeken lid.

  • Let op de complementariteit ten opzichte van zittende leden.

  • Overleg zo nodig met instanties die advies- of benoemingsrecht hebben of met belangrijke ‘stakeholders’.

  • Plaats de vacature op de website, eventueel ook in een advertentie of in berichten op de sociale media.

  • Breng de vacature ter kennis van contacten in het werkveld.

  • Benader zo nodig een bureau dat een netwerk met specifieke achtergronden kan aanboren.

  • Bericht intern en extern over de benoeming zodra deze een feit is.

 

Samenstelling en profiel bestuurder voor het Odensehuis Groningen in het bijzonder

Tijdens de beleidsdagen van de coördinatoren van de Odensehuizen op 28 en 29 maart 2019 in Wageningen zijn de volgende verantwoordelijkheden en gewenste kwaliteiten van de bestuurders genoemd:

 

Verantwoordelijkheden

  • Ontwikkelen en bewaken missie, visie en kernwaarden.

  • (Meer)jarenplan.

  • Financiën, begroting en financieel jaarverslag, verantwoording.

  • Eigen kwaliteit en deskundigheid.

Kwaliteiten/ervaring/taken

  • Bestuurlijke ervaring.

  • Coördinator ondersteunen en “aansturen”.

  • Goed netwerk, waaronder gemeenteraad, ambtenaren, gemeentelijke beleidsmedewerkers.

  • Kennis van “het veld”.

  • Nabijheid.

  • Buiten de lijnen/systeem kaders kunnen denken.

  • Odensehuis is een innovatief concept en vraagt ook innovatieve bestuurders.

Opgemerkt wordt:

  • Het bestuur van het Odensehuis dient de kernwaarden van het Odensehuis te onderschrijven.

  • Een Odensehuis in oprichting vraagt andere kwaliteiten van het bestuur dan een Odensehuis waarbij de startproblemen achter de rug zijn.

  • Het bestuur van het Odensehuis dient een onafhankelijke positie te hebben ten aanzien van intramurale instellingen.


 

Bijlage 10:

 

 

Activiteiten

 

In deze bijlage zijn de activiteiten vermeld die meer of minder frequent in of door het Odensehuis plaatsvinden. Het activiteitenprogramma wordt samen met de participanten samengesteld. Veel van de activiteiten kunnen alleen plaatsvinden met de financiële ondersteuning van sponsoren. Het is mogelijk dat een sponsor zich aan een bepaalde activiteit verbindt. Daarom is in het overzicht ook een indicatie van de kosten opgenomen.

 

Museumbezoek Groninger Museum

Op de maandagmiddag, waarop het museum normaliter gesloten is, krijgen de mensen met dementie en hun naasten een rondleiding. Vaak wordt hiervoor een aantal schilderijen of een specifiek thema uitgekozen. Na de rondleiding worden de deelnemers uitgenodigd om een eigen impressie te geven van hetgeen men heeft gezien of ervaren.
De participanten en naasten worden begeleid door vrijwilligers van het Odensehuis en gaan met eigen vervoer of met vervoer door Odensehuis georganiseerd, naar het museum.

Elk jaar vinden er ongeveer 6 museum bezoeken plaats.

De kosten van het bezoek aan het Groninger Museum bedragen € 300 per keer.

 

Museumbezoek Drents Museum

Een bezoek aan het Drents museum vindt plaats op de donderdag. Samen met een ervaren rondleider worden een aantal zalen bezocht, afhankelijk van de tentoonstelling van dat moment. Het bezoek wordt afgesloten met een lunch.
De participanten en naasten worden begeleid door vrijwilligers van het Odensehuis en gaan met eigen vervoer, of met vervoer georganiseerd door het Odensehuis, naar het museum in Assen.

Elk jaar vinden er ongeveer 4 museum bezoeken plaats.

De kosten van het bezoek aan het Drents Museum inclusief een lunch bedragen € 150,00 per keer.

 

Schilderen

Schilderen wordt als heerlijk rustgevend ervaren. Even wegduiken in een wereld van kleur en creativiteit. Een vrijwilliger helpt waar nodig. Ook zij die lang niet meer hebben getekend of geschilderd vinden een nieuwe uitdaging in het samen creatief bezig zijn.
Het Odensehuis zorgt voor schildersmaterialen, zoals schildersezels, doeken, papier, verf, kwasten enzovoort.

Indicatie kosten (materialen op jaarbasis) € 200,00.

 

Gedichten lezen en schrijven

Er worden gedichten gelezen en de aanwezigen worden uitgedaagd om zelf te gaan dichten. Deze poëzie-sessie wordt waar mogelijk begeleidt door een student van de kunstacademie of dichter.

 

Bakken

Voor de lunch of koffie worden samen lekkere taarten of pannenkoeken gebakken. Eerst worden daarvoor gezamenlijk inkopen gedaan. Zo mogelijk worden producten uit de tuin van het Odensehuis gebruikt.

Indicatie voor de kosten: € 50,00 op jaarbasis

 

Wellness

Tijdens de wellness activiteiten worden nagels gelakt, krijgen de voeten een voetbadje, worden de handen en/of voeten gemasseerd en is er bovenal aandacht voor elkaar.

Indicatie kosten op jaar basis (materiaal kosten): € 100,00

 

Vragenderwijs

Door middel van vragen worden er herinneringen op geroepen en vinden er persoonlijke ervaringen gedeeld.
Regelmatig wordt er een nieuwe set vragen aangeschaft.

Indicatie kosten van set vragen € 50,00

Levensboom maken

Een vrijwilliger legt samen met de participant en zijn naasten het levensverhaal / de levensboom vast. Het boekwerk bevat belangrijke gebeurtenissen en foto’s uit het leven. Dit kan een handvat bieden voor een persoonlijk gesprek.

Indicatie van de kosten: € 50,00 - € 75,00 per boek

 

Gedachtenkamer

In de gedachtenkamer worden door de mensen met dementie (persoonlijke) zaken gedeeld die hen bezighoudt. Dit kan van heel uitlopende aard zijn. Het kunnen gespreksthema’s zijn naar aanleiding van actuele berichten in de krant. Maar het kunnen ook de praktische problemen zijn waar men mee geconfronteerd wordt door de dementie en/of geheugenverlies.

Na de gesprekken worden de deelnemers uitgenodigd om hun indrukken te uiten door middel van tekeningen, schildering, een collage.

De gesprekken worden begeleid door een ervaren gespreksleider.

De gedachtenkamer vindt eens per week plaats.

Indicatie kosten van een gedachtenkamer (professionele begeleiding en materialen) zijn € 4500,00 op jaarbasis.

 

Bewegen: Gewoon doen

Bewegen is goed voor lichaam en geest. Bewegen zorgt voor een voldaan gevoel en voorkomt stijve spieren. Vanuit het Odensehuis wordt dagelijks na de lunch een rondje in de wijk gewandeld.

Ook kunnen mensen met dementie en hun naasten deelnemen aan de workshop Bewegen: Gewoon doen!! De workshop wordt twee wekelijks gehouden en begeleid door een ervaren sportleider. De vrijwilligers helpen de deelnemers bij het uitvoeren van de oefeningen. Het enthousiasme van de vrijwilligers en de muziek prikkelt de deelnemers om gezellig mee te doen.

Het maakt niet uit hoe de deelnemer meedoet, maar hoe de deelnemer ervan geniet.

Indicatie kosten materialen: € 500,00

 

Muziek en (karaoke)zingen

Veel bezoekers van het Odensehuis houden van muziek. Er wordt gezongen, er wordt met instrumenten muziek gemaakt.

Ook worden er concerten gegeven of worden er workshops door muziekstudenten van het conservatorium gegeven.

Veel waardering is er ook voor de klankschalen die voor een ontspannen sfeer zorgen.

Het Odensehuis heeft een piano en andere muziekinstrumenten en er is ook een bundel samengesteld van heel verschillende zangstukken. Voor elk wat wils.

Voor het (karaoke) zingen

Verder is er een activiteitenmap opgesteld waarin diverse muziekactiviteiten zijn uitgewerkt waar in principe alle vrijwilligers mee aan de slag kunnen.

 

Contactclowns

Een contactclown is gericht op persoonlijk contact. De geïmproviseerde act ontstaat door interactie met de ander. De contactclown neemt de ander mee in een veilige, plezierige belevingswereld.

Indicatie kosten: voor 2 uur/ dagdeel: € 120,00

 

Bosbouw

Op uitnodiging van Staatsbosbeheer worden er door de Participanten in Wehe den Hoorn wekelijks werkzaamheden buiten verricht in het onderhoud van een bos.

Een vrijwilliger begeleidt de participanten en zorgt voor de geschikte werkzaamheden.
Gesponsord door Staatsbosbeheer

Onderhoud Groentetuin

Tegenover het Odensehuis verbouwen de participanten in een groentetuin, aardbeien, sla, radijs en bloemen, voor eigen gebruik. Appels van de bomen worden geplukt voor de door de participanten te bakken appeltaarten.

Indicatie kosten: € 150,00 per jaar

 

Boottochten

Boottocht met de Loodskotter op de Eems

Een dagje zeilen op de Eems met de loodskotter vanuit de haven van Delfzijl. Er is plaats voor 12 personen.

Indicatie kosten:
- huur boot
- vervoer naar Delfzijl
- lunch en koffie

 

Boottocht met de Groene wensboot in de Weerribben
Een dag varen in de Weerribben voor 10 personen maximaal, waaronder maximaal 2 rolstoelen in een goed toegankelijke boot, voorzien van rolstoeltoilet en klein keukentje.

Indicatie kosten
- huur van de boot (€ 150,00 per dag)
- vervoer naar Ossenziel
- lunch en koffie (evt door Gele Lis: € 20,00 per persoon)

 

Vervoer 

Niet alle activiteiten vinden in het Odensehuis plaats. Voor buitenhuis activiteiten (museum bezoek, tuin bezoek, boottochten enz) wordt vervoer geregeld.

 


 

Bijlage 11:

 

 

Veiligheid/ grenzen aan het Odensehuis 

 

Er is voor het Odensehuis geen indicatie nodig. In principe is iedereen welkom.

Zijn er dan geen grenzen aan de mogelijkheden? Die zijn er wel.

Het Odensehuis draagt zorg voor een veilige omgeving voor de periode dat de participanten in het huis aanwezig zijn of samen met vrijwilligers aan een buitenactiviteit deelnemen.

 

Vervoer
De mensen met dementie en/of naasten dienen zelf te zorgen voor het (taxi-)vervoer van en naar het Odensehuis.

 

Verpleegkundige/medische zorg

Het Odensehuis geeft geen structurele verpleegkundige zorg.
De participant dient zelfstandig (eventueel met begeleiding) naar het toilet te gaan. Van een participant die zich met een rolstoel verplaatst, wordt verwacht dat hij/zij wel even zelfstandig kan staan.

Wanneer iemand geplande verpleegkundige zorg nodig heeft, kan de thuiszorg dit in overleg met de coördinator, eventueel in het Odensehuis geven. Hierover dient de participant zelf afspraken te maken. Ondersteuning hierbij van de coördinator is altijd mogelijk.

Verder is er binnen het Odensehuis geen deskundigheid aanwezig voor het verantwoord starten, wijzigen of aanpassen van het (ad-hoc) medicatiebeleid.
Wanneer iemand meer (verpleegkundige) zorg nodig heeft dan door het Odensehuis verantwoord kan worden geboden en wanneer hierover geen afspraken gemaakt kunnen worden met (thuis)zorgorganisaties, dan zijn de grenzen van de mogelijkheden binnen het Odensehuis bereikt. De coördinator zal dit met betrokkenen bespreken.

 

Veiligheid

Binnen het Odensehuis staat de veiligheid voorop. Wanneer de veiligheid voor de bezoekers en/of de vrijwilligers niet te garanderen valt is de grens van de mogelijkheden ook bereikt.

Met Participanten die door hun gedrag, de veiligheid van zichzelf en andere aanwezigen in gevaar brengen, wordt naar een passende oplossing gezocht. Denk hierbij aan agressief gedrag of de drang om weg te lopen. Het Odensehuis is geen gesloten instelling (er gaat wel een signaal af als iemand het Odensehuis verlaat). Hierbij raken we ook aan de grenzen binnen het Odensehuis.

 

Procedure bij signalering van onveilige situatie: 

  • laat degene die risicovol gedrag vertoont niet alleen, ga na op welke wijze de participant weer rustig wordt; soms kan het helpen even naar een aparte ruimte te gaan;

  • zorg dat anderen zo weinig mogelijk hinder onder vinden van het gedrag;

  • mocht het risicovol gedrag aanhouden, ga in overleg met coördinator hoe te handelen;

  • coördinator neemt zo nodig contact op met naaste om afspraken te maken over vervoer naar en opvang in huis;

  • komt risicovol gedrag regelmatig voor bij zelfde persoon, zodanig dat de veiligheid voor hem/haarzelf en/of anderen niet te waarborgen is, dan gaat coördinator in overleg met naaste om een permanente oplossing te zoeken. Soms moet geconstateerd worden dat het Odensehuis niet meer de goede omgeving is voor de participant. De coördinator neemt hierover de besluiten. 


 

Bijlage 12:

 

 

Algemene voorziening/Maatwerk 

Onderstaande informatie is op verzoek aangeleverd door de Gemeente Groningen
(mailbericht mevr. J. Dekker, dd. 20 maart 2019)
 

 

Algemene voorziening:

In de overeenkomst van het Gebiedsondersteuningsnetwerk (GON) wordt een Algemene Voorziening als volgt gedefinieerd:

 

artikel 1.1.1. WMO: algemene voorziening:
“aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning”.

 

Nb: Als een instelling, naast een algemene voorziening, ook individuele begeleiding op basis van gestelde indicaties door de WIJ teams wil blijven leveren, waarbij de begeleiding specifiek gevormd is op de behoeften van de cliënt, kan dit deel niet aangemerkt worden als een algemene voorziening. Dat betekent dat de diensten die verleend worden door de instelling deels bestaan uit maatwerk en deels als algemene voorziening.


Collectieve voorzieningen:

Algemene voorzieningen, collectief georganiseerd maatwerk, algemene maatregelen zoals in 2.2.1.WMO en in de maatschappij bestaande voorzieningen waarmee (een deel) van de ondersteuningsbehoefte van een inwoner wordt of kan worden gelenigd.

Artikel 2.2.1:
Het college bevordert en treft de algemene maatregelen om de sociale samenhang, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te bevorderen, alsmede huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden, die noodzakelijk zijn ter uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 2.1.2, tweede lid.

Artikel 2.1.2: Het plan beschrijft de beleidsvoornemens inzake door het college te nemen besluiten of te verrichten handelingen die erop gericht zijn:

  1. de sociale samenhang, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te bevorderen, alsmede huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden;

  2. de verschillende categorieën van mantelzorgers, en vrijwilligers, zoveel mogelijk in staat te stellen hun taken als mantelzorger of vrijwilliger uit te voeren;

  3. vroegtijdig vast te stellen of ingezetenen maatschappelijke ondersteuning behoeven;

  4. te voorkomen dat ingezetenen op maatschappelijke ondersteuning aangewezen zullen zijn;

  5. algemene voorzieningen te bieden aan ingezetenen die maatschappelijke ondersteuning behoeven;

  6. maatwerkvoorzieningen te bieden ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie aan ingezetenen van de gemeente die daartoe op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende in staat zijn;

  7. maatwerkvoorzieningen te bieden aan personen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en beschermd wonen of opvang behoeven in verband met psychische of psychosociale problemen of omdat zij de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld.

 

Samengevat Algemene voorziening

Kort samengevat: een algemene voorziening is een voorziening die snel, tijdelijk en incidenteel voor alle inwoners van de gemeente beschikbaar is op het moment dat hulp nodig is en kan, afhankelijk van de omstandigheden tot het vereiste maatwerk leiden. De voorzieningen stellen mensen in staat om (ondanks beperkingen) zelfredzaam en zelfstandig te zijn en mee te blijven doen (participatie).

 

Een algemene voorziening heeft als doel:

  • sociale samenhang te bevorderen;
  • gebouwen, diensten en ruimten meer toegankelijk te maken voor mensen met een beperking;
  • de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te bevorderen;
  • huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden;
  • mantelzorg en vrijwilligerswerk te bevorderen en te ondersteunen.

Als de gemeente een goede oplossing kan bieden met een algemene voorziening, dan komt men niet in aanmerking voor een individuele voorziening (maatwerkvoorziening).

De gemeente mag een bijdrage vragen voor het gebruik van deze algemene voorziening.

 

Maatwerkvoorziening

Een maatwerkvoorziening is een op behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van zorg en diensten ZVW (bijv. verpleging en persoonlijke verzorging); hulpmiddelen, woningaanpassing en andere maatregelen ten behoeve van o.a. de zelfredzaamheid. Een maatwerkvoorziening is dus afgestemd op de behoeften en omstandigheden van een specifieke persoon. Een maatwerkvoorziening is geen medische hulp.

 

Enkele voorbeelden van maatwerkvoorzieningen zijn: 

  • vervoersvoorziening;
  • vervoer in de regio (voor mensen die slecht ter been zijn en niet met het openbaar vervoer kunnen reizen);
  • individuele begeleiding;
  • beschermde woonplek;
  • dagbesteding op maat;
  • aanpassingen in de woning (bijvoorbeeld een traplift of een verhoogd toilet).
  • rolstoel (een rolstoel wordt alleen via de WMO 2015 beschikbaar gesteld als men deze voor langere tijd nodig heeft. Voor hulpmiddelen voor tijdelijk gebruik kan men terecht bij de thuiszorgwinkel, het thuiszorg uitleenmagazijn of uw zorgverzekeraar);
  • respijtzorg;
  • ondersteuning van mantelzorgers;
  • huishoudelijke hulp (zoals hulp bij het opruimen, schoonmaken en ramen zemen).

Een maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt na een onderzoek door de gemeente. Dat is meestal een gesprek om vast te stellen welke ondersteuning nodig is. Voor een maatwerkvoorziening wordt een eigen bijdrage betaald aan het CAK. 

Kort samengevat: Een maatwerkvoorziening is een individuele voorziening aanvullend op wat men zelf kan bijdragen, en vormt samen met de inzet van eigen kracht of, indien van toepassing gebruikelijke zorg of mantelzorg een samenhangend ondersteuningsaanbod, ofwel maatwerk.

 

Bronnen

Overeenkomst Gebiedsondersteuningsnetwerk (GON): Algemene voorziening

Website CAK

Website VGN 

  


 

Bijlage 13:

 

 

Eigen bijdrage deelnemers

 

Het Odensehuis is een algemene voorziening waar iedereen welkom is. We staan voor een inclusieve samenleving, waarin iedereen mee kan doen. Het Odensehuis wil ook geen financiële drempels opwerpen, zodat echt iedereen kan deelnemen. Wel hanteert het Odensehuis een minimale vrijwillige eigen bijdrage als tegemoetkoming in de kosten.

 

We vragen van iedereen eenzelfde eigen bijdrage op basis van vrijwilligheid. Ongeacht of men thuis woont of in een geclusterde woonvoorziening (instelling voor langdurig verblijf).

 

Het volgend tarief wordt gehanteerd als indicatie voor de minimale vrijwillige eigen bijdrage:

  • 45,00 per maand voor participanten die het Odensehuis voor maximaal 2 dagen per week bezoeken

  • voor participanten die het Odensehuis meer dan 2 dagen per week bezoeken wordt een bedrag van € 60,00 - € 80,00 per maand gehanteerd  


 

Bijlage 14:

 

 

Fondsen en Sponsoren 

 

In de afgelopen jaren hebben de volgende fondsen en sponsoren bijgedragen aan de activiteiten van het Odensehuis.

 

Fondsen

Op de website van het Odensehuis Groningen worden de volgende Fondsen vermeld:

  • Kansfonds

  • De Vereniging Het algemeen Diaken Gezelschap

  • Fundatie Van den Santheuvel. Sobbe

  • Netwerk Dementie Groningen (www.dementiegroningen.nl)
  • Provincie Groningen

  • Fonds Sluyterman van Loo

  • RCOAK

  • Fonds NutsOhra voor mens en zorg

  • Gravin van Bylandt Stichting

  • Rabobank

  • Oranjefonds

  • VSB fonds

  • Emmaplein foundation

  • Steunfonds CSA

  • Roode of Burgerweeshuis fonds

  • Stichting Dioraphte

  • Anna Varvers Convent 

Sponsoren 2018 

Door sponsoring kunnen organisaties zich verbinden met het Odensehuis. Sponsors maken het mogelijk dat het Odensehuis een gevarieerd aanbod aan activiteiten kan bieden. De sponsors steunen specifieke activiteiten (bijvoorbeeld een bootreisje of de aanleg van een tuin), maar maken ook de aanschaf van specifieke materialen mogelijk (zoals een kast voor de muziekinstrumenten).

De sponsors worden genoemd op de website van het Odensehuis Groningen.

In 2018 hebben de volgende organisaties het Odensehuis gesponsord:

  • Lionsclub Groningen Grote Griet

  • Studentenvereniging Albertus Magnus

  • Rotary

  • Jumbo

  • Waardig wonen

  • Sponsor concert

  • Vrienden van het Odensehuis 

Sponsoren 2019 (t/m juli 2019) 

  • Stichting Waardig Wonen

  • Stichting Maripaan Teaming

  • Inner Wheel Groningen


 

Bijlage 15:

 

 

Casuïstieken

 

Mevrouw G.

 

Mevrouw G. was al geruime tijd een trouwe bezoekster van het Odensehuis, toen ze opgenomen werd op een gesloten afdeling van een instelling voor langdurende zorg (ze heeft een ZZP VV 5 profiel). Mevrouw heeft een mooie kamer, daar is ze graag. In de instelling worden allerlei activiteiten aangeboden. Mevrouw doet daar niet aan mee. Wanneer ze wordt uitgenodigd om deel te nemen aan een gezamenlijke activiteit weigert ze mee te gaan. Alleen haar dochter kan haar bewegen om haar kamer te verlaten. Maar als ze maar even de kans ziet gaat ze terug naar haar eigen plekje.

 

Omdat ze in het Odensehuis wel deelnam aan activiteiten, stelt haar dochter voor om haar één dag in de week naar het Odensehuis te brengen. Ze brengt haar voor de lunch en haalt haar om ongeveer 16.00 uur weer op. Mevrouw neemt haar “robot-poes” mee.

Ze doet mee aan de activiteiten of volgt op gepaste afstand waar anderen mee bezig zijn. De vrijwilligers kennen haar en betrekken haar bij activiteiten die ze leuk vindt. Als ze het te druk vindt gaat ze naar een rustige ruimte. Maar vaak zie je dat ze zich op een gegeven moment toch weer aangetrokken voelt door de gezelligheid van de anderen en schuift ze weer aan.

Ze luncht samen met de andere aanwezigen en wandelt lekker buiten na de lunch.

 

Door het relatief grote aantal vrijwilligers in een overzichtelijke ruimte met een kleine groep mensen met dementie gaat het contact heel natuurlijk.

 

Voor mevrouw G biedt dit veel voordelen:

  • Ze heeft een uitje, wat voor zowel mevrouw als voor haar dochter een welkome onderbreking van de week is;

  • Ze wandelt onder begeleiding buiten

  • Krijgt persoonlijke aandacht.

  • Ze is merkbaar rustiger en minder opstandig   


 

Bijlage 16:

 

 

Programma van Ontwikkeling. Leertuin Pareltjes in de Stad.

 

  1. Inleiding 

Onze stad is rijk aan particuliere initiatieven van burgers die zich bekommeren om hun medemensen en iets voor hen willen doen. We noemen dat ook wel pareltjes, of in goed Gronings, pronkjewail’n.

Voor een vijftal van deze initiatieven heeft de Gemeenteraad voor 2019 en 2020 een gemeentelijke aandeel in de financiering toegezegd (zie brief aan de raad in maart 2018 nr. 683864). Dat zijn Stadsboerderij de Wiershoeck, Het Odensehuis, Kringloop Plus, de Opstap en het Hamelhuis.

 

De dienstverlening van deze pareltjes raakt in de nabije toekomst inhoudelijk die van het Gebiedsondersteuningsnetwerk (GON). Hoe zich dat gaat ontwikkelen is nog niet duidelijk. De toekomst zal het ons leren. Er is meer tijd nodig voor deze particuliere ideële initiatieven om zich verder te ontwikkelen en in beeld te brengen wat hun toegevoegde waarde als algemene voorziening is. Daarom is besloten hun voortbestaan niet afhankelijk te laten zijn van de inkoop via het GON, en hen twee jaar lang, in 2019 en 2020, te subsidiëren als algemene voorziening.

Dat biedt hen de ruimte om zich door te ontwikkelen tot een algemene voorziening.

Ook het GON en de WIJ-teams zijn nog volop in ontwikkeling en hebben hun definitieve vorm nog niet gevonden. Dat geldt al helemaal voor de onderlinge afstemming en samenwerking, juist ook met algemene voorzieningen.

 

In het licht van de in 2020 ontstane situatie zullen we de positionering en de financiering van deze initiatieven opnieuw bezien.

Tot die tijd willen we met de parels bovenstaande ontwikkelingen volgen om te bezien hoe men zich daartoe verhoudt.

Maar we benutten die tijd ook om in gesprek te zijn met de afzonderlijke organisaties en te volgen hoe de opgave, die ieder afzonderlijk heeft, verloopt.

Er zijn voldoende overeenkomsten in de beweging die ze maken om in gezamenlijkheid een zogenaamde leertuin te vormen, waarin gemeente en organisaties onderling van elkaar kunnen leren, bezien wat werkt en waarom, en gaan nadenken onder welke voorwaarden iedere algemene voorziening optimaal gefaciliteerd kan worden.

 

  1. Wat zijn de kenmerken van de pareltjes? 

De pareltjes hebben een aantal kenmerken gemeen: Het zijn geen commerciële aanbieders. Het zijn sociale ondernemingen zonder winstoogmerk en met een missie. Het zijn ook allemaal stedelijke particuliere initiatieven met veel vrijwillige inzet. De betaalde inzet is gelet op wat geboden wordt minimaal. Er wordt gewerkt van onder op. Een aantrekkelijke manier van werken dus, zeker ook voor de gemeente.

Ze kenmerken zich door een activiteit aan te bieden op het snijvlak van zorg en ondersteuning, welzijn, participatie en leefbaarheid. Daarbij ligt het accent op zorg en ondersteuning, vanuit de aanname dat dit sociale cohesie, samenredzaamheid en welzijn stimuleert, zwaardere zorg en ondersteuning voorkomt dan wel uitstelt. Vandaar ook het raakvlak met de ontwikkeling van het GON.

 

Het zijn bovendien initiatieven die deelnemers en vrijwilligers mixen met verschillende achtergronden en mogelijkheden. Ze gaan uit van de filosofie dat iedereen naar vermogen een bijdrage kan leveren aan het welslagen van het geheel. Dat blijkt in de praktijk ook zo te werken, gelet ook op het aantal deelnemers en vrijwilligers. Maar dit kan misschien nog beter aangetoond en/of onderbouwd worden.

Relatief veel deelnemers hebben behoefte aan zorg en ondersteuning. Juist door de unieke aanpak met gemotiveerde vrijwilligers komen ze goed tot hun recht, en wordt soms de noodzaak voor zwaardere en duurdere zorg uitgesteld.

 

 

  1. Leertuin: ontwikkeling naar een algemene voorziening in gezamenlijkheid 

Sommige draaien al zo ongeveer als een algemene voorziening. Anderen hebben de ambitie en de potentie om toe te groeien naar een laagdrempelige algemene voorziening, waarvoor geen indicaties nodig zijn die dus ook niet meer verzilverd hoeven te worden. Of dat eenieder ook lukt, zal moeten blijken. Het gaat erom voor en met ieder de ideale vorm of het beste model te vinden waarmee een reële exploitatie mogelijk wordt. In de leertuin wordt bezien welke randvoorwaarden daarbij horen.

 

Een toegang zonder indicaties is qua kosten en administratieve belasting voor de initiatiefnemers aantrekkelijk. Daarmee, zo geven de initiatiefnemers aan, worden zij nu nogal eens geremd in de uitvoering. Alle energie van de betaalde kracht en de vrijwilligers kan zich dan richten op de coaching en ondersteuning van de deelnemers. Dat is ook precies de reden waarom initiatiefnemers en vrijwilligers meedoen.

 

Breder belang

De activiteiten van deze organisaties zijn niet alleen voor de deelnemers van betekenis, maar draagt ook bij aan het doel dat de gemeente voor ogen staat: een samenredzame samenleving op wijk- en stedelijk niveau. Iedereen kan meedoen en men functioneert kostenefficiënt. Daarmee hebben zij een welkome toegevoegde waarde.

 

Binnen deze collectieve aanpak is er wel degelijk ook oog voor individuele behoeften. Ook dat draagt bij aan de doelen die de gemeente met de transformatie beoogt. Ze hebben alles in zich voor een duurzaam voortbestaan, vooral ook door de intrinsieke motivatie van de initiatiefnemers, de vrijwilligers en andere betrokkenen. Ze hebben immers een gemeenschappelijk doel waarop ze zich verenigd hebben.

Bovendien dragen ze met hun aanbod bij aan de vernieuwing en versterking van de basisinfrastructuur in de wijken, ook al komen de specifieke deelnemers soms ook uit andere delen van de stad. In die zin zijn het in feite dus ook burgerinitiatieven, zoals we die als gemeente graag zien ontstaan.

En tenslotte zijn het voorbeelden van sociale innovatie, die van betekenis kunnen zijn voor het vormgeven van toekomstig beleid.

 

Afschaling

Dat ze ook geld uitsparen omdat ze preventief werken, gebruik maken van de krachtige werking van lotgenotencontact en ervaringsdeskundigheid of omdat er geen persoonsgebonden budgetten worden aangevraagd is mooi meegenomen.

Het sluit daarmee aan bij de afschaling die de gemeente nastreeft.

In de een aantal gevallen is deze afschaling al (bijna) gerealiseerd. De Wiershoeck bijvoorbeeld heeft nu nog een aantal persoonsgebonden budgetten die in 2018 aflopen, en het Odensehuis en logeerhuis de Opstap vragen geen indicaties aan. In de Leertuin wordt samen onderzocht in hoeverre de werkwijze van de Wiershoeck, Odensehuis, Hamelhuys, de Opstap en Kringloop Plus besparingen oplevert en aan wie dit voordeel ten goede komt.

 

De leertuin

Gelet op bovenstaande overwegingen stellen we voor een leertuin in te richten en een aantal keren per jaar bijeen te komen om informatie uit te wisselen en de ontwikkelingen in eigen huis en in de omgeving (GON, WIJ, Gebiedsteams) te volgen.

Daarnaast willen we een aantal dingen in kaart brengen, om in 2020 conclusies te kunnen trekken over

  • wat de werkzame factoren zijn, zowel per organisatie als in gezamenlijkheid/overkoepelend

  • wat de praktijkervaringen in de samenwerking met WIJ en GON hebben opgeleverd.

  • welke betekenis deelnemers ervaren door actief te zijn binnen deze ‘gemeenschap’

  • wat de minimale voorwaarden zijn voor de organisatie om op een goede manier te kunnen voortbestaan en welke opties er zijn voor financiering

  • wat meer in algemene zin een realistische kostprijs is voor een dergelijke voorziening (stel dat er behoefte aan meer is) en onder welke voorwaarden

  • of er grenzen zijn aan het mengen van doelgroepen en hoe daarmee om te gaan

  • of er inderdaad sprake is van minder administratieve lasten en financiële besparingen

  • welke aspecten een rol spelen bij het wel of niet realiseren van substitutie (maatwerk omzetten in andere interventies die minimaal even effectief zijn en minder kosten)

  • en wat er verder nog meer naar voren komt en door de deelnemers wordt ingebracht

 

Nadere afspraken over de Leertuin, ook wat betreft de inhoudelijke doelen, kunnen we met elkaar maken in de eerste Leertuinbijeenkomst.

 

 

3.1 – De Leertuin

 

Maatschappelijk effect

Bewoners zijn actief in een laagdrempelige algemene voorziening.

Beleidsdoelstelling

  • Het verschuiven van geïndiceerde zorg naar algemene voorziening.

  • Het besparen van kosten op maatwerk voorzieningen.

Voorwaarden

  • Deelnemers ondersteunen, bij voorkeur zonder indicatie.

  • De deelnemers ervaren geen zorgstempel.

  • Toegang is laagdrempelig.

  • Deelnemers ervaren zingeving.

  • Het actief kunnen zijn in een gemengde groep.

  • Actieve deelname aan de periodieke bijeenkomsten van de Leertuin en na afloop van de Leertuin een evaluatie.

Resultaten

  • Wijkbewoners worden ondersteund

Wijkbewoners zijn actief en nemen deel naar vermogen.

  • Uitstellen geïndiceerde zorg

Wijkbewoners maken geen of later gebruik van een maatwerkvoorziening.

  • Kostenbesparing

Minder indicaties, meer algemene voorzieningen.

Minder administratieve lasten.

  • Rapportage

Een rapport met aanbevelingen over algemene voorzieningen en de effecten die deelnemers ervaren.

  • Storytelling

Ervaringen van deelnemers, vrijwilligers en begeleiders.

  • Evaluatie

Na afloop van de leertuin een evaluatie houden.

Resultaatindicatoren

  • Aantal deelnemers, streefwaarde 50.

  • Kostenbesparing door uitstel beroep op geïndiceerde zorg. Streefwaarde 20.000 euro

Samenwerking

Samenwerking met WIJ-teams, Gebiedsondersteuningsnetwerk, Maatschappelijke instellingen, bewoners en ondernemers in de wijk.

 

 

  1. Beschikbaar budget

Het maximale beschikbare subsidiebedrag voor activiteiten in 2019 is € 145.000,00 .

De specificatie voor het budget ziet er als volgt uit:

Onderdeel

Budget

Het Odensehuis

€ 145.000,00

 

 

  1. Nadere eisen ten aanzien van uitvoering en verantwoording

Uw rapportage bestaat uit een inhoudelijk en uit een financieel deel. Uw inhoudelijke rapportage is gericht op het maatschappelijke effect van de activiteiten. Als activiteiten geld opleveren, vermeldt u dat ook in het financiële deel.

 

  1. Nadere eisen ‘Vernieuwing Sociaal Domein’

In het kader van de ontwikkeling naar een stedelijk dekkende ondersteuningsstructuur verwachten wij van u dat u:

  • zich committeert aan de leidende principes die we hanteren bij de vernieuwing te weten:

  • investeren in preventie en (vroeg-)signalering;

  • stimuleren en faciliteren zelfredzaamheid en samenredzaamheid;

  • zoveel mogelijk werken vanuit de eigen regie van de Stadjer;

  • ondersteuning aan inwoners waar nodig: licht en algemeen waar mogelijk, alleen complex en gespecialiseerd waar nodig, dichtbij en op maat.

  • zich committeert aan de veranderstrategie om:

    • samen werkende weg te leren

    • gezamenlijk innovatieve voorzieningen en werkwijzen te ontwikkelen

    • te vernieuwen conform het principe ‘nieuw voor oud’ (zelfde niveau aan middelen blijft bestaan, maar wordt op een nieuwe manier ingezet)

    • parallel aan de beoogde systeemverandering in te zetten op een cultuurverandering door de omslag te maken naar een gekantelde werkwijze waarbij eigen kracht, inzet van het informeel netwerk, wederkerigheid, zelfredzaamheid en participatie leidend zijn en door een open en lerende houding te combineren met een doel- en resultaatgerichte aanpak

  • De gesubsidieerde activiteiten laat aansluiten op de gebiedsgerichte aanpak en de WIJ teams die al operationeel zijn

  • zich flexibel opstelt en waar wenselijk uw activiteiten transformeert naar een gebiedsgerichte aanpak 


 

Bijlage 17:

 

 

 

Onderzoek TGO 


 

De betekenis van het Odensehuis 

 

Onderzoek uitgevoerd door TGO in opdracht van het Odensehuis Groningen

18 december 2019

Onderzoekers/auteur

Dr. R.H. Bakker

Dr. G.J. Dijkstra 

 

Colofon

Auteurs:
dr. R.H. Bakker, dr. G.J. Dijkstra
TGO, Toegepast Gezondheidsonderzoek

Uitgave:
Odensehuis Groningen
Molukkenstraat 200,
9715 NZ Groningen

Contact:  info@odensehuisgroningen.nl
050 2303252

 

Publicatiedatum: Groningen, december 2019

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

 

 

1 Aanleiding onderzoek

 

De stad Groningen telt meerdere particuliere burgerinitiatieven, die zich richten op verbetering van de levensvoorwaarden voor specifieke inwoners. Kenmerkend voor deze initiatieven is dat het sociale ondernemingen zijn, die geen winstoogmerk hebben, een duidelijk missie voorstaan en hun doelen voor een belangrijk deel trachten te verwezenlijken met de inzet van vrijwilligers. Voor een vijftal van deze initiatieven heeft de Groningse Gemeenteraad voor 2019 en 2020 een gemeentelijk aandeel in de financiering toegezegd en besloten hen twee jaar lang als algemene voorziening te financieren. In 2020 zal de positionering en financiering van de vijf initiatieven opnieuw worden bezien, mede in het licht van de ontwikkeling die zij hebben doorgemaakt en het daaruit ontstane zicht op de randvoorwaarden, waaronder optimale exploitatie mogelijk is. In dat kader is een zogenaamde Leertuin ingericht, waarin ‘wordt onderzocht in hoeverre de werkwijze van de initiatieven besparingen oplevert en aan wie dit voordeel ten goede komt.’ Tevens dient deze Leertuin inzicht te verschaffen in de:

  • werkzame factoren per organisatie;

  • praktijkervaringen in de samenwerking met het WIJ-team, de Gebiedsteams en het Gebiedsondersteuningsnetwerk;

  • door deelnemers aan het initiatief ervaren betekenis;

  • minimale voorwaarden voor de organisatie om te kunnen voortbestaan;

  • mogelijke opties ter structurele financiering;

  • onder nader te specificeren voorwaarden realistische kostprijs per voorziening;

  • grenzen aan het combineren van doelgroepen;

  • te verwachten afname van administratieve lasten;

  • eventuele besparingen die het initiatief oplevert en

  • aspecten die een rol spelen bij het wel of niet realiseren van substitutie.

 

Eén van de vijf initiatieven die voor de jaren 2019 en 2020 een gemeentelijk aandeel in de financiering is toegezegd betreft het Odensehuis Groningen, een laagdrempelige voorziening voor mensen met geheugenproblemen en/of (beginnende) dementie en hun naasten. Dementie is zowel landelijk als binnen de provincie en de stad Groningen een groeiend probleem. (zie voetnoot 1)

Was er landelijk in 2018 sprake van zo’n 270.000 personen met dementie, de verwachting is dat dat aantal in 2040 zal zijn verdubbeld. In 2018 telde de provincie

Groningen zo’n 9.300 personen met een vorm van dementie, terwijl dat aantal in 2040 op 17.000 wordt geraamd. In de stad Groningen ging het tenslotte om zo’n 2.100 inwoners met dementie, een aantal dat naar verwachting rond 2040 zal zijn uitgegroeid naar 4.000 personen. De behoefte aan voorzieningen om deze mensen en hun naasten bij het ziekteproces te ondersteunen groeit daarmee eveneens. Echter, het bestaansrecht van een voorziening als het Odensehuis heeft niet alleen een ‘getalsmatige’ grondslag. Het is vooral de aard van het Odensehuis die maakt dat deze voorziening een belangrijke en unieke plek inneemt in het zorgaanbod voor mensen met (beginnende) dementie.

In deze notitie wordt het unieke karakter van het Odensehuis en de positie die het zich heeft verworven binnen het bestaande zorgaanbod voor mensen met dementie toegelicht. Dat gebeurt op meerderlei wijze:

Ten eerste wordt een (bestaande) geanonimiseerde casus gepresenteerd, waaruit naar voren komt welke gevolgen dementie voor de persoon in kwestie, maar vooral ook voor de naasten daarvan, betekent en in welke zin het Odensehuis daarbij een belangrijke ondersteuning kan bieden, waar andere voorzieningen voor dementie door de vigerende wet- en regelgeving en door regels voortkomend uit financiering dat vaak niet kunnen. Voor deze vorm van ‘storytelling’ is mede gekozen vanuit de in paragraaf 1 geformuleerde doelstellingen die de Leertuin zich heeft gesteld. Relevante passages uit de casus zullen ter toelichting in de vorm van quotes worden gepresenteerd bij paragrafen 2.1 t/m 2.3 van dit verslag (zie hieronder).

Ten tweede wordt in beschrijvende zin een aantal typerende kenmerken van het Odensehuis beschreven, waarbij wordt aangegeven in welk opzicht die afwijken van het bestaande zorgaanbod op het terrein van dementie. Daarbij wordt tevens toegelicht hoe deze kenmerken zich vertalen naar de bijdrage die de voorziening biedt aan het realiseren van de zorgbehoeften van personen met dementie en hun naasten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een in maart 2019 ontwikkeld document, waarin de kernwaarden van het Odensehuis, zoals opgesteld door de coördinatoren van alle Odensehuizen in Nederland, worden beschreven.

Ten derde worden, eveneens in het kader van storytelling, de reacties en interpretaties van enkele belangrijke sleutelpersonen op de gepresenteerde casuïstiek besproken.

Alvorens deze drie onderdelen te presenteren zal eerst kort en in zeer algemene zin worden ingegaan op de vraag wat het betekent als een thuiswonend persoon getroffen wordt door de ziekte dementie. Uiteraard is iedere situatie daarbij verschillend en tevens afhankelijk van het type dementie; de knelpunten die zich voordoen komen evenwel in grote mate overeen.

Samengevat ligt in deze notitie de nadruk op het beschrijven van de werkzame factoren van het Odensehuis, gekoppeld aan de knelpunten waarvoor deze een oplossing bieden.

 

 

2.1 Dementie in de thuissituatie: onvermogen staat centraal

 

Indien een thuiswonend persoon aan (beginnende) dementie of vergeetachtigheid lijdt, heeft dat niet alleen voor de persoon zelf, maar ook voor zijn naasten grote gevolgen. Bij alle vormen van dementie staat een toenemend geheugenverlies centraal, maar ook gedrags- en stemmingsveranderingen kunnen geleidelijk een steeds grotere rol gaan spelen. Geheugenverlies kan ertoe leiden dat personen meer moeite krijgen om goed uit hun woorden te komen en gesproken taal te begrijpen. In een later stadium wordt het herkennen van personen, voorwerpen, geluiden en geuren steeds moeilijker en ontstaat apraxie; het hebben van problemen met de uitvoering van alledaagse handelingen, zoals wassen en aan- en uitkleden. Doelgericht handelen wordt steeds minder goed mogelijk en het vermogen om problemen op te lossen neemt steeds verder af.

Veranderingen in gedrag kunnen de vorm krijgen van toenemende (nachtelijke) onrust, agressie en gedrag dat voortkomt uit het vervagen van fatsoensnormen, zoals schelden en het maken van ongepaste opmerkingen in gezelschap.

Veranderingen in stemming hebben vaak te maken met gevoelens van somberheid en angst, waarbij zich ook sterke stemmingsschommelingen kunnen voordoen.

Centraal bij alle vormen van dementie staat de onvoorspelbaarheid van de ziekte.

Het is evident dat dementie niet alleen zeer grote impact heeft op de persoon die aan de ziekte lijdt zelf en nog thuis woont, maar ook ingrijpende gevolgen heeft voor diens naasten. De professionele hulpverlening kan vaak geen bevredigende oplossingen bieden voor de veelheid van problemen die de ziekte dementie, mede door haar onvoorspelbaar karakter, voor ieder die ermee wordt geconfronteerd met zich meebrengt, ook niet in de fase dat er nog geen reden is de patiënt blijvend op te nemen.

Een centraal thema dat van toepassing is op alle partijen die direct en indirect met de ziekte dementie te maken hebben is dan ook ‘onvermogen’. Onvermogen bij de patiënt met dementie zelf, die steeds meer moeite krijgt om zijn eigen ziekte te duiden, met de ingrijpende en snel veranderende gevolgen ervan te leren omgaan en steeds minder in staat is om richting te geven aan de hulp en zorg die hij nodig heeft. Onvermogen bij de naasten van de patiënt, die zich met deze snel veranderende gevolgen zien geconfronteerd, deze vaak niet direct als dementie kunnen duiden en pas daarna moeten proberen geleidelijk onder ogen te zien dat de persoon die zij reeds jaren kennen niet meer de persoon van weleer is. Zij worden met tal van verstrekkende, uitputtende praktische en emotionele gevolgen daarvan geconfronteerd en moeten noodgedwongen hun weg zien te vinden in een meestal totaal onbekend en sterk verzuild hulpverleningslandschap. De behoefte aan het verwerven van een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg is daarbij groot, maar in die behoefte kan meestal niet goed worden voorzien. Het gevolg is dat veel direct bij de patiënt betrokkenen voortdurend achter de feiten dreigen aan te lopen en zich hopeloos alleen voelen in de situatie waarbinnen ze zich zien gesteld.

 

We kregen een casemanager toegewezen. Toen is de zoektocht begonnen naar hulp die aansloot bij de problematiek van Geert. Eigenlijk begon die zoektocht al op het werk, waar direct een afkeuringsprocedure werd ingezet en werd gezocht naar werk dat nog bij hem paste met het daarbij horende salaris. Maar hij kon het allemaal niet meer. Die casemanager moest ons bekend maken met de mogelijkheden die er waren qua hulp. Het initiatief moest echter steeds van mij uitgaan, terwijl ik van de casemanager verwachtte dat deze wat leiding zouden nemen. Ik wist van niks, ik kan heel veel regelen, maar ik wist niet wat ik moest regelen. Dat heb ik daar een paar keer neergelegd, dan komen ze met dagbesteding, maar dan ben je gebonden aan een gemeente als je dat via de WMO gaat regelen, evenals aan vaste tijden….”

 

Dat andere voorzieningen die dagactiviteiten voor personen met dementie aanbieden alleen toegankelijk zijn indien de cliënt zich aan vaste tijden houdt wordt bevestigd in een publicatie van Espria uit 2017. (zie voetnoot 2)

 

Alzheimer Nederland stelt dat één op de acht mantelzorgers van mensen met dementie zich zeer zwaar belast of overbelast voelt, terwijl ruim de helft zich tamelijk belast tot overbelast voelt. (zie voetnoot 3)

Maar het begrip onvermogen geldt wellicht a fortiori voor de professionele hulpverlening, die door de vele financieringsregels opgeknipt wordt in meerdere aanbodgerichte deelvoorzieningen met hun eigen strikte regels en toelatingseisen en daardoor vaak geen passende oplossing kan bieden voor de problemen die mensen met (beginnende) dementie en hun naasten ervaren. Dat onvermogen heeft niet alleen betrekking op de instellingen die zich specifiek op dementie richten, maar tevens op de huisartsen, die in het kader van de ziekte dementie geen poortwachtersfunctie blijken te kunnen realiseren. Veel naasten van personen met dementie voelen zich dan ook slecht ‘gehoord.’

 

Ik heb de huisarts meerdere keren gevraagd om ons te volgen, maar dat is nooit gebeurd. En toen bleek dat zij niet eens wist wat mijn man had, en dacht dat hij een hele andere vorm van dementie had. Ze had nog nooit in het dossier gekeken.”

 

Onderzoek dat door het NIVEL is uitgevoerd onderschrijft het feit dat veel personen met dementie niet bij de huisarts in beeld zijn. Hieruit komt naar voren dat van de 270.000 geregistreerde personen met dementie in 2018 er slechts 103.000 bij de huisarts bekend zijn. (zie voetnoot 4)

Dat betekent dat ruim 60% van de personen met dementie niet met deze ziekte bij de huisarts staat geregistreerd. Uit gegevens van Alzheimer Nederland blijkt bovendien dat de ziekte vaak zeer laat ontdekt wordt; vooral bij jongere mensen (< 65 jaar) met dementie is het ‘diagnostisch delay’ pregnant te noemen en bedraagt dit gemiddeld zo’n vier en een half jaar. Bij oudere mensen (> 65 jaar) is gemiddeld nog altijd sprake van zo’n 16 maanden ‘wachttijd’ voordat de diagnose dementie is gesteld nadat de eerste symptomen zich openbaren (www.alzheimer-nederland.nl).

 

 

2.2 Kenmerken van het Odensehuis

 

Het Odensehuis is een reeds vijf jaar bestaande, als burgerinitiatief opgestarte voorziening. Gemiddeld zeventig mensen doen op vrijwillige basis mee aan de activiteiten van het Odensehuis (of te wel: zijn bekend bij het Odensehuis). Een vaste kern van ongeveer 30 mensen komt meerdere dagen per week. De anderen komen meestal voor speciale activiteiten of gewoon even een kopje koffie drinken. Het staat van tevoren nooit exact vast hoeveel mensen er zullen komen, maar gemiddeld zijn er dagelijks ongeveer 15 mensen met geheugenproblemen/dementie en hun naasten, die het Odensehuis een zinvolle dagbesteding en een aangename omgeving biedt. De voorziening wordt – behoudens de professionele fulltime coördinator – grotendeels gerund door (ongeveer 30) vrijwilligers (waarvan drie aanwezig per dagdeel) en biedt tevens een zinvolle stageplek voor (ongeveer acht) stagiaires van verschillende opleidingen (waarvan twee aanwezig per dagdeel). Het is een omgeving waar iedereen zijn eigen ervaring inbrengt en kan delen met anderen. Leren van elkaar en het verkennen van de mogelijkheden van personen met optimaal behoud van eigen regie zijn de kernwaarden van het Odensehuis. Daarnaast staan gelijkwaardigheid, het (her)vinden van de eigen kracht, activering, ontplooiing, geborgenheid en veiligheid binnen de voorziening centraal. Het gaat om persoonsgerichte zorg, waarbij zoveel mogelijk wordt ‘meebewogen’ met de wijze waarop de ziekte dementie zich presenteert. Het Odensehuis maakt aldus deel uit van het sociale leven van mensen met dementie en hun mantelzorgers en beoogt bij te dragen aan hun kwaliteit van leven en tracht daarmee het zorggebruik en verpleeghuisopname uit te stellen.

De binnenactiviteiten die in het Odensehuis plaatsvinden liggen op creatief terrein, zoals schilderen, muziek, dans en spel. De buitenactiviteiten bestaan uit wandelen, activiteiten in de tuin en in de bosbouw en museum- en concertbezoek. Bij beide activiteiten spelen de onderlinge contacten een hoofdrol. Daarnaast worden de zogenaamde ‘gedachtenkamers’ georganiseerd, waarin mensen met elkaar in gesprek kunnen over wat hen als (naaste van) persoon met dementie bezighoudt en worden er ondersteuningsgroepen geformeerd, waarin naasten hun ervaringen kunnen delen en informatie wordt uitgewisseld. Voor al deze activiteiten geldt dat ze geen verplichtend karakter hebben. Daarnaast staat het je als participant van het Odensehuis vrij of je een dagdeel of een hele dag wilt komen, of je alleen maar even binnen wilt lopen voor een kop koffie en of je 1, 2, 3, 4 of 5 dagen in de week aanwezig wilt zijn. Het uitgangspunt is niet wat een instelling te bieden heeft, maar wat de participanten (mensen met dementie, hun naasten, vrijwilligers en stagiaires) elkaar te bieden hebben. Want naast de activiteiten die binnen het Odensehuis worden georganiseerd is het vooral een inloop- en ontmoetingscentrum.

Het Odensehuis onderscheidt zich als zodanig van koffieochtenden, buurtkamers en andere laagdrempelige ontmoetingsplekken voor ouderen, die meer gericht zijn op voorlichting, een luisterend oor en lotgenotencontact en niet specifiek op dementie. Het Odensehuis heeft weliswaar een globaal vergelijkbare doelstelling als de Groningse Ontmoetingscentra, maar deze laatste voorzieningen zijn alleen toegankelijk voor mensen met dementie (en niet voor hun naasten) met een WMO-indicatie. Voor de toegang tot het Odensehuis is geen indicatie nodig, hoeven er geen formulieren of zorgplannen te worden ingevuld en zijn er zo weinig mogelijk regels. Er zijn tevens geen financiële drempels voor mensen met dementie en hun naasten omdat uitgegaan wordt van een beperkte bijdrage op basis van vrijwilligheid. Juist in het feit dat het Odensehuis zo min mogelijk aan vaste structuren en regelgeving gebonden is zit haar kracht en meerwaarde verborgen (zie ook paragraaf 2.3). En ook de administratieve taken van de vrijwilligers zijn gering te noemen. Het gaat hierbij met name om de tijdsinvestering van het bijhouden van de bezoekersaantallen; in totaal zo’n 5 tot 10 minuten per dag.

 

 

2.3 Werkzame bestanddelen Odensehuis

 

Welke kenmerken van het Odensehuis maken nu dat deze voorziening een duidelijke meerwaarde heeft binnen het zorgaanbod voor mensen met dementie? Op die vraag kan vanuit zowel de kant van de patiënt, als die van zijn naasten, de vrijwilligers en de stagiaires een antwoord worden geformuleerd.

 

Geen verplichte indicatie betekent een lagere drempel

Het feit dat het Odensehuis toegankelijk is voor personen met geheugenproblematiek, die niet persé een WMO-indicatie dementie hoeven te hebben, maakt dat de voorziening ook toegankelijk is voor personen waarbij aan dementie gedacht wordt, maar waarbij dit nog niet is vastgesteld. Dat is vooral van belang omdat de ziekte dementie lang niet altijd tijdig wordt (h)erkend, terwijl de symptomen ervan zich al wel openbaren.

 

Het begon sluipenderwijs. Hij werkte gewoon en ik dacht dat hij veel last van stress had en het daarom allemaal niet zo goed meer voor elkaar kreeg. Hij kon niet meer focussen. Burnout-klachten, zo leek het eerst. Maar eigenlijk waren de symptomen al dik een jaar daarvoor zichtbaar, toen hij een cursus communicatie volgde. Toen had ik hem een keer huilend aan de telefoon omdat hij tijdens de opdrachten die hij kreeg naar zijn zeggen ‘niet meer goed bij zichzelf kon komen. De cursusleider gaf aan dat hij veel symptomen uit het autismespectrum liet zien en dat die diagnose er wel eens achter kon zitten.’”

 

In de winter begon het mij op te vallen dat er heel weinig uit zijn handen kwam en dat hij geen enkel initiatief meer nam. Toen zijn we via het bedrijfsmaatschappelijk werk bij de psycholoog terecht gekomen. Daar kwam faalangst uit. Dat vonden wij heel vreemd want hij stapte altijd overal op af. En langzamerhand kwamen er steeds meer signalen, ook van collega’s. Dat ze vonden dat hij wel wat vreemd deed. Dat hij niet meer goed uit zijn woorden kwam. Wij dachten toen: zou het niet goed zijn als hij een sabbatical nam?”

 

Uiteindelijk, vele maanden en veel problemen verder, zijn we voor een second opinion in Amsterdam terecht gekomen, bij de VU, bij het kenniscentrum en daar is hij de hele dag aan alle kanten gescreend. Toen hoorden we voor het eerst dat hij een zeldzame vorm van dementie had. Hij was in die tijd altijd heel boos, we hebben veel gestreden, maar toen echt de diagnose kwam toen viel er toch een last van hem af.”

 

Bovenstaande citaten, ontleend aan een diepte-interview met de partner van een persoon met dementie, illustreren de moeizame zoektocht naar een verklaring voor veranderingen in een persoon zijn gedrag en vermogens, in de fase dat dementie nog niet is vastgesteld, maar zich wel problemen met het geheugen en cognitieve vermogens voordoen. Ook in deze fase kan het Odensehuis voor de persoon met (beginnende geheugenproblematiek en diens partner/naaste) van meerwaarde zijn.

 

Persoonsgerichte, vraaggestuurde zorg

Omdat binnen het Odensehuis met vrijwilligers en stagiaires wordt gewerkt is er sprake van een ruime hoeveelheid aandacht die aan de persoon met geheugenproblematiek en of dementie kan worden geboden. In de praktijk betekent dat zelfs vaak van één op één zorg sprake is. Een dergelijke individuele benadering is bij andere vormen van zorg voor deze personen niet mogelijk.

 

Bij het Odensehuis had hij de eerste jaren een maatje. Als hij wilde lopen, Geert had een enorme loopdrang, belden ze dat maatje en dan gingen ze samen op stap. Dat gebeurde heel regelmatig. Er werd enorm ‘meegedacht’. Ze hadden op een gegeven moment ook heel goed in de gaten dat hij zo gek was op muziek. Er staat daar een piano. Als hij onrustig was dan zeiden ze, kom, dan gaan we even samen piano spelen. Hij kon zelf geen piano spelen, maar muziek was alles voor hem. Dat was zijn manier van nog communiceren. Op een gegeven moment kwam hij alleen als we wisten dat die bewuste vrijwilliger en de coördinator er was. Zo hebben we een paar jaar gebruik kunnen maken van het Odensehuis. Geert voelde zich er thuis, iedereen kende hem en hij werd daar vrij en in zijn waarde gelaten. Voor mij betekende het Odensehuis een rustplek, ik kon mijn ei daar kwijt en zag dat hij daar begrepen werd. En ik kon op elk moment binnenvallen, we waren altijd welkom.”

 

Je ziet er ook weinig verloop van vrijwilligers. Met z’n allen dezelfde bezieling. En dat zie je ook bij, ja ik noem het nu even wel, bij de patiënten. Je voelt gewoon een bepaalde ontspanning. En dat zag ik toen Geert er kwam ook bij hem.”

 

Niet alleen door te werken met een groot aantal vrijwilligers, die niet sterk wisselen, maar ook vanuit een bewuste visie kan men de zorg die het Odensehuis biedt met recht als vraaggerichte (en niet aanbodgerichte) zorg typeren. Zo kun je ook slechts enkele uren per week van het Odensehuis gebruik maken, bijvoorbeeld alleen meedoen met schilderen. Je kunt ook gewoon blijven zitten waar je zit en niets doen; de gezelligheid en het praten om je heen kan iemand al goed doen. Mensen die van het Odensehuis gebruik maken hebben dan ook niet het gevoel ‘in een programma mee te draaien.’ Ook kan het Odensehuis als een vorm van respijtzorg worden ingezet, bijvoorbeeld als een naaste even naar de kapper of de bridgeclub wil.

 

Ik zei vaak: zullen we even een kopje koffie in het Odensehuis halen? Weet je? Zo. En dat is makkelijk daar want je kunt er ieder moment van de dag binnenvallen en je wordt altijd even vriendelijk ontvangen. En ik kon dan ook weggaan, de coördinator zei dan ‘ga maar hoor, wij zorgen wel voor hem.’ En ik wist dat hij zich daar redelijk goed voelde. Hij wilde er nooit heen, maar ik zette dan door en ik bleef eerst sowieso een half uur om te kijken hoe hij ontdooide, want ze kenden hem. De coördinator is daar ook wel heel sterk in. Die had op een gegeven moment ook wel door van ik ga even bij hem zitten, gewoon even handje in handje zitten. Aai over de bol. En ja dat werkte. Hij moest zich gewoon veilig voelen. Hij moest zich geaccepteerd voelen.”

 

Wat ook bijzonder is, is dat de coördinator in de buurt van het Odensehuis aan de weg aan het timmeren is om overal contacten te leggen. En dat vond ik mooi, buurtbewoners die dan gewoon even een kopje koffie komen drinken. Het voelde niet als een zorginstelling, niet als een bureaucratische instelling.”

 

Het Odensehuis staat als laagdrempelig inloophuis dan ook in voortdurende verbinding met de ‘gewone wereld’. Niet alleen komen mensen uit de buurt binnen gewandeld, er worden ook veel activiteiten in de ‘gewone wereld’ uitgevoerd (boodschappen, tuinieren, museabezoek, concertbezoek, etcetera).

 

Niet alleen voor de persoon met dementie, ook voor de partner

Het Odensehuis biedt een opvangplek voor de persoon met dementie, maar tevens voor de naaste/mantelzorger. Dementie is immers minstens zo ingrijpend en belastend voor de persoon die het heeft als voor diens naaste.

 

In het begin ben ik er heel veel bij geweest. Maar geleidelijk probeerde ik steeds meer ruimte voor mezelf te maken. Hij was het liefste hier gewoon thuis, maar dan was ik de hele dag met hem bezig, terwijl ik daarnaast ook mijn werk had. Dat was met geen mogelijkheid meer te doen.”

 

Niet voor niets is een bekende slogan van de Stichting Alzheimer Nederland: “Hij heeft dementie, maar zij lijdt eraan”. In het Odensehuis neemt de naaste van de persoon met dementie een volwaardige plek in en deze bepaalt mede hoe van de voorziening gebruik wordt gemaakt.

Dat het Odensehuis een belangrijke functie heeft voor de partner/naaste van de persoon met dementie kan ook worden geïllustreerd door het feit dat er mantelzorgers zijn die na het overlijden van hun dierbare in de hoedanigheid van vrijwilliger blijven komen. Een vrijwilliger:

 

Ik vind het Odensehuis heel belangrijk voor de mensen die er komen. Het is net één grote familie. Alle mensen worden in hun waarde gelaten. Ik vind het fijn dat ik nu als vrijwilliger wat voor hun kan betekenen. Ben hier zelf met mijn man geweest, die er helaas niet meer is, dus ik spreek uit ervaring.”

 

Odensehuis heeft belangrijke functie voor vrijwilliger

Het Odensehuis is er natuurlijk primair voor de persoon met geheugenproblematiek en/of dementie en zijn of haar naaste(n). Maar daarnaast biedt de voorziening ook een zinvolle daginvulling aan de vele vrijwilligers en stagiaires die er werkzaam zijn. Zij voelen zich onderdeel van het Odensehuis en ervaren dezelfde openheid en persoonlijke aandacht als de persoon met dementie en zijn naaste. Verder hebben de vrijwilligers met elkaar gemeen dat ze zelf voor het Odensehuis hebben gekozen en veel affiniteit voelen met de mensen met dementie en het soort zorg dat het Odensehuis biedt. Het aantal aanmeldingen om vrijwilligerswerk te gaan doen is dan ook groot en er is amper verloop.

 

 

2.4 De grenzen van het Odensehuis

 

Het Odensehuis heeft binnen het zorgaanbod voor mensen met dementie een belangrijke meerwaarde, maar kent ook duidelijke grenzen.

Ten eerste is het Odensehuis vijf werkdagen per week van 10 tot 16 uur open. Indien behoefte is aan opvang buiten die uren dan kan het Odensehuis daar niet aan tegemoet komen. In dat geval moet naar een andere of een aanvullende oplossing worden gezocht.

Ten tweede heeft de veiligheid van de participanten van het Odensehuis een hoge prioriteit. Indien geheugenproblematiek of dementie van de deelnemers zich vertaalt in agressief gedrag kan helaas geen gebruik van de voorziening worden gemaakt.

Een derde contra-indicatie om van het Odensehuis gebruik te maken heeft te maken met het feit dat het geen gesloten voorziening betreft. Weliswaar gaat er een signaal als iemand de deur uitgaat, maar het staat iedereen vrij te vertrekken, wanneer hij of zij dat wil. Mocht die vrijheid voor de persoon in kwestie een gevaar opleveren, dan is het Odensehuis geen geschikte voorziening (meer). Ook indien participanten neiging tot dwalen hebben moet naar een andere voorziening worden gezocht.

Ten vierde zijn er ook personen met dementie en/of geheugenproblematiek die niet over een partner of mantelzorger beschikken of daar op bepaalde tijdstippen niet over beschikken, bijvoorbeeld omdat een partner werkt. Dat kan erin resulteren dat men niet altijd in staat is het Odensehuis te bezoeken. Hoewel vanuit de voorziening actief wordt meegedacht om daarvoor een oplossing te vinden, komt het helaas voor dat het vervoer een dermate struikelblok vormt dat soms niet altijd en soms helemaal niet gebruik van het inlooophuis kan worden gemaakt.

 

Toen moest ik hier taxivervoer regelen. Want het was dan de bedoeling dat hij hier vanuit huis opgehaald zou worden, en daarheen werd gebracht. Dat is ons drie of vier keer gelukt. Dat was een drama. Geert was hier dan alleen en de taxi had een half uur speling en Geert had geen flauwe notie van tijd. Dus hij stond dan niet klaar. Dan staat er hier iemand aan te bellen, een vreemde, dus dat voelde voor Geert heel erg beangstigend. Hij kreeg het niet voor mekaar. Hij snapte ook helemaal niet wat hij moest doen. Hij snapte niet eens meer hoe hij in de auto moest komen. Gewoon instappen ging al niet eens meer. Dat was voor hem zo’n bedreigende situatie, dus ik heb het taxivervoer wel heel snel vaarwel gezegd.”

 

Als laatste zij hier vermeld dat het Odensehuis er weliswaar (veelal met succes) aan probeert bij te dragen dat ziekenhuis- of verpleeghuisopname wordt uitgesteld, maar dat dit uitstel zelden tot afstel leidt. Indien de zorgbehoefte van de persoon in kwestie te intensief wordt valt opname in een 24-uursvoorziening helaas niet langer te voorkomen.

 

Het voelde als verraad om hem naar het verpleeghuis te brengen, maar de nood werd hier zo hoog. Ik sliep nooit meer en ik was dag en nacht alleen maar bezig met dweilen, bedden verschonen, hem van de zolder plukken en hij was zo aan het hallucineren. Ja, het was een en al drama. Ook het Odensehuis werd een brug te ver. Toen zeiden ze bij het verpleeghuis dat hij bovenaan de wachtlijst stond. Als er een kamer vrijkwam, ze konden natuurlijk niet zeggen hoe snel, maar goed dan was hij als eerste aan de beurt. Met de kinderen het erover gehad van hoe kijken jullie hier tegenaan en die hadden al heel lang tegen mij gezegd van mam dit red je niet.

Geert snapte er geen ene biet van. Dan moet je hem achterlaten, en maar schreeuwen. Dat gaat je echt door merg en been.”

 

 

2.5 Minimale voorwaarden voor de organisatie

 

Een minimale voorwaarde om het Odensehuis draaiende te houden is het realiseren van structurele financiering voor huisvesting en inventaris en de professionele coördinator. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat de basisactiviteiten die vanuit de voorziening worden georganiseerd eveneens structureel gefinancierd kunnen worden. Eventuele extra activiteiten kunnen dan via fondsenwerving worden gedekt. Daarmee zijn tegelijkertijd twee andere minimale voorwaarden voor het voortbestaan van het Odensehuis genoemd, namelijk geschikte ruimtes om samen te zijn, om groepsgesprekken te organiseren en om even op adem te komen en de aanwezigheid van een ervaren coördinator, die zorg draagt voor de continuïteit van de organisatie. Het is daarbij van belang dat deze coördinator een uitgebreid netwerk heeft, met name van deskundigen in verschillende, op het terrein van dementie actieve organisaties en in staat is voor een goede match tussen vrijwilligers en bezoekers zorg te dragen. Tenslotte zijn een goed en onafhankelijk bestuur, die de organisatie faciliteert en een adviesraad met inhoudelijk deskundigen van cruciaal belang.

 

 

3 Conclusies en aanbevelingen

 

Mensen met dementie worden gedurende het ziekteproces geconfronteerd met verschillende vormen van onvermogen. Dat betreft onvermogen van henzelf, mede door geleidelijk afnemende cognitieve vermogens en de emotionele gevolgen om daarmee geconfronteerd te worden. Dat betreft vervolgens onvermogen van de mantelzorger of naaste, die zijn weg moet vinden in een onoverzichtelijk zorgland, daarbij veelal niet adequaat door professionals kan worden begeleid, en zelf eveneens met de ontluisterende gevolgen van de ziekte wordt geconfronteerd. Die confrontatie ligt zowel op emotioneel terrein als op het gebied van het bieden van intensieve zorg en ondersteuning, veelal naast bestaand werk. Maar ook de professionele hulpverlening is onvermogend, vooral door een teveel aan regels en schotten, die tot gevolg hebben dat het zorgaanbod sterk is verzuild. Dat bemoeilijkt het functioneren van de case-manager om de persoon met dementie en zijn naaste ‘aan de hand’ te nemen.

Het is een van de verworvenheden van onze gezondheidszorg dat zorg wordt geboden door daarvoor gekwalificeerde en geschoolde krachten, die goed ingewijd zijn in de problematiek waarmee de zorgvrager die zij ondersteunen te maken heeft en oplossingen voor deze problemen vanuit hun opleiding aangereikt hebben gekregen. Door de zorg aldus te organiseren lijken tegelijkertijd het perspectief van ‘de gehele mens’ en een vraaggestuurd inspelen op menselijke zorgbehoeften naar de achtergrond te zijn verschoven. Het is essentieel dat het Odensehuis juist haar kracht ontleent aan het feit dat het een algemene voorziening betreft, die niet is ingebed in complexe zorgsystemen of financieringsstructuren en die grotendeels wordt gerund door vrijwilligers die met een ‘open mind’ naar de mensen voor wie zij zich verantwoordelijk voelen kijken, voortdurend op zoek zijn naar wat hun drijft en deze personen zoveel mogelijk in hun waarde laten. Een belangrijke aanbeveling is dan ook om het Odensehuis als algemene voorziening in stand te houden, zodat de zorg die het biedt geen onderdeel wordt van het reguliere zorgsysteem met de beperkingen die daaruit voortkomen. Alleen dan kan het welzijns- en buurthuiskarakter van het Odensehuis behouden blijven en blijft het Odensehuis een plek waar men geaccepteerd wordt om wie men is en niet om wat men heeft. 

 


 

voetnoot 1: Nivel, RIVM, Trimbos, SCP, CBS. Een samenhangend beeld van dementie en dementiezorg. Themarapportage van staat van Volksgezondheid en zorg. 2018

 

voetnoot 2:  Eissens-van der Laan M., Meijer P., Smoor G., Hoving R. Doelgroepen onderzoek naar mensen met dementie die een dagactiviteitencentrum bezoeken: de meerwaarde van variëteit in het aanbod. Espria Academy, juni 2017.

 

voetnoot 3: Alzheimer-Nederland.nl 

 

voetnoot 4: Heide, I. van der, Buuse, S. van den, Francke, A.L. Dementiemonitor Mantelzorg 2018: mantelzorgers over ondersteuning, zorg, belasting en de impact van mantelzorg op hun leven. Utrecht: Nivel, 2018. 

 


 

Odensehuis Groningen

 

Molukkenstraat 200

 

9715 NZ Groningen

 

Contact: Marjolein Hoolsema

 

050 230 3252

 

06 4537 3932


 

 

© 2018-2020 | Odensehuis Groningen | All rights reserved